|
|
Kind Van Mijn Tijd Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten) 1. Veranderingen en vernieuwingen Tot eind 1959 ging alles kalm zijn gangetje in de maatschappij. Braaf, burgerlijk, bekrompen soms, met voor de jeugd weinig vrijheid of kans op ontplooiing. Voor de oudere generatie was er het rustige en ordelijke bestaan. De gevestigde orde had de teugels strak in handen en liet deze node vieren. Maar er brak een nieuw tijdperk aan. In Amerika begon de jeugd zich aan het einde van de jaren vijftig al flink te roeren en rebelleerde tegen het gezag. Dit verschijnsel sloeg al snel over naar het Europese vasteland. In het begin van de jaren zestig werd de jeugd steeds rustelozer, men zocht naar een nieuwe identiteit. Met de komst van o.a. The Beatles, vier jongens uit het Engelse Liverpool, veranderde de beschermde wereld van de jeugd volkomen. De muziek zou een belangrijke bijdrage leveren aan de vernieuwingen en voor een doorbraak zorgen op velerlei gebied !
Eind jaren vijftig werden de draaiende heupbewegingen die Elvis Presley maakte als obsceen beschreven. De burger was tot in het diepst van zijn ziel geschokt en wilde ingrijpen in een proces dat in een stroomversnelling zou geraken. De maatschappij schudde op haar grondvesten ! Alle generaties werden hiermee geconfronteerd. De gevestigde orde stelde zich uiterst kritisch op, zonder ruimte voor openheid en enige tolerantie. Men voelde zich in zijn bestaan bedreigd. Naast de Beatles waren er de Rolling Stones!
De jongere generatie vocht als een leeuw voor hun pas verworven vrijheid die men nog verder zou uitbreiden. De maatschappij was volgens de jeugd verrot, ingeslapen en hard aan een nieuwe denk- en zienswijze toe. Daar werd door de jongeren op een volgens hun overduidelijke wijze op gewezen. De oudere generatie bleef zwijgen. De komende jaren zou de maatschappij aan veranderingen onderhevig zijn. In Amerika en Engeland was de nieuwe stroming en de daarmee gepaard gaande veranderingen het eerst merkbaar. Vooral de platenindustrie ging een gouden tijd tegemoet. Nieuwe platenmaatschappijen schoten als paddenstoelen uit de grond. De kleding veranderde van netjes in nonchalant ! De spijkerbroek werd een geliefd kledingstuk voor zowel jongens als meisjes, hoe strakker hoe beter. De jongens droegen onder de spijkerbroek korte laarsjes met de befaamde beatlehak. De haren werden langer gedragen in navolging van hun idolen. Het beatlekapsel, symbool voor een generatiekloof ! Het moet voor de vorige generatie een afschuwelijke ervaring geweest zijn, om hun zoons en dochters zo rond te zien lopen. Kinderen gingen eisen stellen en probeerden stap voor stap meer vrijheid te krijgen. Fuiven
Er waren in die tijd ook singeltjes, EP-tjes genoemd, waarop vier nummers stonden. De tafel waarop men frisdrank, pils en bakken met chips plaatste, werd aan de kant geschoven. De stoelen gingen dezelfde weg. Kussens of zitzakken op de vloer en druipkaarsen in gekleurde flessen, zorgden voor een sfeer waarin de jeugd zich prettig voelde. Men ging losjes en makkelijk met elkaar om en in deze ongedwongen sfeer bloeide de jeugd op. In het begin van de jaren zestig moest men achttien zijn
om binnen te mogen in een danslokaal ! De jeugd vond dit belachelijk en kreeg
een ander alternatief aangeboden. Plaatselijke beatbandjes traden op in
feestzalen en de jongeren konden zich daar al dansend op livemuziek uitleven. Halverwege de jaren zestig kon men de jeugd ook in cafés vinden waar volop gediscussieerd werd over politiek en maatschappij. Over de gehele wereld werd men geconfronteerd met de nieuwe tijd. Er kwamen samenscholingen van jongeren op hoeken van straten, in het centrum van de stad, parken en in grote warenhuizen, waar overal de transistorradio met keiharde beatmuziek mee getroond werd als een kostbare schat. In 1979 bedacht de hoogste baas van Sony, de Walkman ! Hij kwam op het idee, toen hij een medewerker op straat zag met een bakbeest van een radiocassetterecorder en dacht dat moet kleiner kunnen, het moet bijvoorbeeld in je jaszak passen. Morita de Pressman verbouwde een lichte cassetterecorder: opnamefunctie en speaker eruit, stereo erin en een hoofdtelefoontje erbij. De eerste walkman was geboren.
Door zijn mobiliteit, flexibiliteit, keuzevrijheid, eenvoud en niet te vergeten het plezier om ongestoord naar je favoriete muziek te kunnen luisteren, een nieuw soort privacy, werd de walkman een wereldwijd succes. Vooral bij de jeugd die de grootste afnemer werd. Betere kwaliteit van klassieke muziek en de groeiende aandacht voor opera maakte de walkman ook in andere kringen populair. Een andere uitvinding, de compact disc, die in 1979 door Philips Nederland uitgebracht werd verdringt de platenspeler. Massaal schaft het publiek de cd-speler aan en de cd-tjes vliegen als het ware de winkel uit. Menigeen bergt zijn pick-up op en doet zijn elpees en singeltjes van de hand. Tweedehands platenwinkels schieten daarop als paddenstoelen uit de grond en het blijkt een gat in de markt te zijn. Velen vinden hun weg naar deze knusse tweedehands platenwinkeltjes om lekker te grasduinen in het grote aanbod en de elpee of single te vinden waar men al lang naar op zoek is. Hoewel de cd-speler een groot succes is blijven elpees en singeltjes erg gewild en de echte muziekliefhebber prefereert de elpee boven de cd. Erg wrang is het voor die mensen die hun platen verkocht hebben aan een tweedehands-platenzaakje, daar naderhand spijt van hebben als haren op hun hoofd, en nu hun eigen elpees terug willen kopen die helaas al vaak in andere handen zijn overgegaan. Het kost ze jaren om weer een verzameling op te bouwen en de elpees worden steeds zeldzamer, maar er is een troost, er zijn heden ten dage ook tweedehands cd-tjes te koop ! Jeugdcultuur
Aan het einde van de jaren vijftig toen de jongere
generatie in opstand kwam, bepaalden vetkuiven het straatbeeld. De beroemde
vetkuif, zo genoemd omdat door veel brillantine te gebruiken, de haren in model
bleven zitten en het ook glanzend maakten. Nauwe broeken en schoenen met spitse
neuzen completeerden het geheel. Men ontmoette elkaar in de snackbars, kroegen
en op straat, soms onderling In de cafés hingen de jongeren rond de jukebox om hun favoriete plaatjes te draaien. Hier verdween voor een groot deel het zakgeld van de jeugd in. Afspraakjes werden bij de jukebox gemaakt en velen vonden elkaar door samen een plaatje uit te kiezen. De eerste hangplek voor jongeren was geboren !
Na die tijd kwamen de Beatniks. Een groep van schrijvers met hun aanhang, zo genoemd door hun belangrijkste vertegenwoordiger Jack Kerouac, die van muziek, poëzie en expressie hielden, maar niemand ontkwam aan de spijkerbroek. Er was nog een andere groep, de Mods, afgeleid van het woord modernisten, aanhangers van een nieuwe muzikale stijl. Deze groep kleedde zich meestal naar de laatste Italiaanse mode, mohairpakken, dure lederen schoenen. De Mods hadden hun eigen exclusieve kappers en clubs. Hieraan, en vooral aan de Motorscooters, die ruim voorzien waren van chroomaccessoires en spiegels, kon men de echte Mod herkennen. Aartsvijanden van de Mods waren Rockers op motors. In 1967 begon de Flower Power periode die aanhield tot midden jaren zeventig.
Het zakgeld van de jeugd ging op aan platen, pick-ups, transistorradio’s en spijkerbroeken. De modefabrikant paste zich al snel aan en speelde in op de behoefte van de jeugd. De beatlejurk deed zijn intrede met opgedrukte beatlekoppen aan de onderkant. Menige strijd tussen ouders en tieners is er door dit kledingstuk ontstaan. Mode
De lange jurken met India motief deden hun intrede, geïnspireerd door het nieuwe verschijnsel, de Oosterse filosofie. Maxi werd geen succes. "De knie is fini, het been is heen, de dij is voorbij !" zo luidde de kreet. In Amerika werden zelfs protestmarsen georganiseerd tegen de midi en maxi mode. De geëmancipeerde vrouw beschouwde de minirok als blijk van haar vrijheid.
Dit werd een rage en de winkels konden nauwelijks aan de vraag voldoen. De Engelse mode-industrie was weer voor even uit de zorgen. Twee top-modellen uit de jaren zestig: Jean Shrimpton en Twiggy, allebei superslank !
In 1971 schokte de Franse modeontwerper, Yves Saint Laurent, de wereld met een naakposter die gemaakt was ter gelegenheid van de eerste mannengeur. Maar alles went, ook een naakte vent ! In Den Haag begonnen Puck Kroon en Hans Kemmink in 1967 met een klein winkeltje waar posters, brillen en andere rariteiten verkocht werden. Ze starten met een rekje zelf ontworpen kleding, daarna ontwerpen ze twee maal per jaar een eigen collectie en worden een begrip in de Nederlandse modewereld. Puck en Hans worden in 1997 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau wegens hun verdienste voor de Nederlandse modewereld. Er kwamen kledingwinkels speciaal gericht op de jongere generatie. In deze boetieks en speciale jeanswinkels kon de jeugd, terwijl de harde beatklanken uit de luidsprekers schalde, eigentijdse kleding passen en kopen. In de muziekwinkels die ook met hun tijd mee moesten werden hoekjes gecreëerd waar de jeugd ‘rustig’ naar hun muziek kon luisteren. Typerend was dat vooral in het begin van de jaren zestig de muziekhoekjes voor de jeugd helemaal achterin werden gebouwd, maar dit zou snel veranderen. Muziek In een paar jaar tijds had de pop en beat muziek zo'n opgang gemaakt en was het aanbod zo groot, dat deze muziek niet meer weg te denken was uit de platenzaken. De rollen werden omgedraaid, de andere muziek waaronder klassiek, verhuisde naar achteren en zo nam de jeugd de platenzaak als het ware over
In Amerika werd een een nieuwe ontdekking gedaan. Door het terugspelen van een plaatje zouden er duivelse boodschappen te horen zijn ! De jeugd kon hier hartelijk om lachen, maar de oudere generatie hoorde, zoals altijd, wat men wilde horen. Daar er geen enkele reden was voor deze zoveelste poging om de beatmuziek in diskrediet te brengen, ging het protest van de oudere generatie als een nachtkaars uit en de muziek van de jeugd kon zich weer verder ontwikkelen.
De boycot werd opgeheven, toen John Lennon niet lang na het geruchtmakende interview zei, dat hij de vergelijking die hij gemaakt had betreurde. Hij had alleen willen zeggen dat hij tot zijn spijt overal een neergang van de godsdienstijver waarnam. Maar ook de popgroepen leerden om hun uitspraken te nuanceren. Mede daardoor bereikte men dat het contact tussen de pers en publiek enerzijds, en de popgroepen anderzijds een positievere wending nam. Toch zou het nog jaren duren, voordat de oudere generatie zich neerlegde bij de muzikale en maatschappelijke veranderingen en om leerde gaan met een totaal veranderde jeugd ! Zelf konden ze niet langer meer als voorbeeld fungeren, de vrijheid van de jeugd was niet hun vrijheid. Mede daardoor konden ze de jonge mensen ook niet helpen om te leren hoe ze om moesten gaan met hun pas verworven vrijheid ! Zo ontstond de generatiekloof die maar moeilijk gedicht kon worden en waren het voor ouders en jeugd moeilijke tijden. De droom van de nieuwe generatie: een wereld van eenheid, een wereld zonder geweld, een wereld van vriendschap en het opheffen van alle landgrenzen spatte eind jaren zestig begin jaren zeventig uit elkaar. Te weinig verantwoordelijkheidsgevoel en een teveel aan vrijheid waren de aan te wijzen redenen. De roze bril moest af en de jeugd zou de komende jaren leren dat vrijheid inhield dat men ook verantwoordelijkheid moest dragen. De tieners van de sixties werden volwassen maar behielden hun idealen waarvan er vele gerealiseerd werden. Het nummer: All You Need Is Love (1967) van de Beatles, werd het volkslied van de subcultuur van de jaren zestig. Het optimistische geloof in de kracht van de liefde om de wereld te kunnen veranderen ! In de jaren zestig werd de term consumptiemaatschappij populair. Dit stond voor de welvarende moderne samenleving waarin consumptie het belang van productie scheen te overheersen. Maatschappijcritici gebruikten de term met betrekking tot het dwangmatige karakter van de consumptie, de vervreemding van arbeid en creativiteit en de verspilling van de weggooimaatschappij. Optimisten associëren de term met de aangename aspecten van de welvaart als groter keuzevrijheid en toegenomen vrije tijd van de vrijetijdsmaatschappij. De positieve kanten van de jaren zestig: Het taboe op seksualiteit is grotendeels verdwenen Grotere sociale doorstroming De stijve rituele omgangsvormen zijn verdwenen De negatieve gevolgen van de jaren zestig: Onverschilligheid, agressie, misdaad en bureaucratie Deze negatieve golf, zou zich in de jaren zeventig steeds verder ontwikkelen De kreten van de jaren zestig: Weg met gezag en autoriteit Bestorming van de barricades Terug naar de natuur Iedereen is gelijk Beter langharig dan kortzichtig ! De positieve kanten van de jaren zeventig:. Bevlogen idealisme De jeugd probeerde om via de hippiecultuur de mensen weer lief voor elkaar te laten zijn Een vrijere seksuele moraal Afzwering van het materialisme, alles delen Door middel van protestmarsen tegen oorlog en onrecht de regering de ogen te openen De negatieve kanten van de jaren zeventig: Onverschilligheid Toename van misdaad en bureaucratie Egoïsme, het Ik tijdperk Individualisering van de maatschappij De kreten van de jaren zeventig: Make love not War ! Peace Man. Men begroette elkaar met het vredesteken door wijsvinger en middelvinger te spreiden Op allerlei gebied zou de nieuwe tijd toeslaan, veel van de ‘oude’ normen en waarden werd door de jeugd overboord gegooid. Van deze ‘ballast’ bevrijdt, stortte men zich met gretigheid en enthousiasme op het nieuwe en onbekende. Vele hindernissen moesten overwonnen worden, zowel in de maatschappij als in het ouderlijk huis. Het ontbrak de jeugd niet aan vechtlust, en met een niet aflatend idealisme vocht men voor de goede zaak. Door hun grote inzet, strijdvaardigheid en enthousiasme, werden vele taboes doorbroken en de maatschappij wakker geschud. Dat niet alles even goed uitgepakte is niet alleen de jonge generatie te verwijten. De starre houding van de regering (maatschappij) speelde hierin ook een grote rol. Maar al met al zijn ze geslaagd in de opzet veranderingen in de maatschappij en op het sociale vlak aan te brengen waar latere generaties de vruchten (ook de wrange) van plukten. In de jaren vijftig en zestig bleven jongeren bij hun ouders wonen tot ze gingen trouwen. Alleen als de universiteit of andere school te ver weg was, gingen ze op kamers. De kentering kwam in de jaren zeventig. Onder invloed van nieuwe denkbeelden en opvattingen wilden de jeugd zo snel mogelijk onder ‘het juk’ van de ouders uit. Ook dit was een leerproces dat van beide kanten aanpassingen vroeg. De ouders, vaak overbezorgd, moesten leren om de levenswijze van hun zoon of dochter zonder morren of inmenging te accepteren. De zoon of dochter leerde al snel dat op kamers wonen niet altijd meeviel en merkte tot hun eigen verrassing dat ze soms blij waren met de hulp van pa en ma. Zo vonden ze de weg terug naar elkaar en het werd het weer leuk om bij elkaar op visite te gaan.
|
|