Bent u een amateur-dichter(es) en vindt u het leuk als anderen uw gedichten
ook lezen. Natuurlijk blijft het copyright bij uzelf. Stuur uw gedicht op en wij publiceren het op deze pagina.
Grijn Grobber, boerendichter uit de Achterhoek. Veelvuldig jeneverdrinker,
wat zijn leven zeer bekortte. Zijn gedichten
kenmerken zich door veel gebruik van de Duitse taal.
Slechts een enkele keer kon hij zich losmaken van het te vele Duits in
zijn gedichten.
Als u zelf een gedicht wilt insturen ga dan naar het formulier
Domineesbijbeltje
Wat een bijbels heb ik in mijn boekenkast staan,
trots laat ik er soms m' n blik over gaan.
Maar wat me af en toe wel steekt,
is dat er nog altijd één ontbreekt.
Kijk in de boekwinkel, heeft iemand gesuggereerd.
O.K. dat dan maar een keer geprobeerd.
,,Heeft u hier ook een domineesbijbeltje staan?"
Met glazige ogen kijkt de verkoopster me aan.
,,O, ik zie hem al, daar ligt-ie, wat een pover exemplaar".
Het is hem echt, maar flinterdun, wat raar !
Kees van Baardewijk
27 juli 2010
Galgenhumor
Ben bijna altijd somber gestemd
Maar soms zie ik een heel klein lichtpuntje
Jammer dat het aan het eind
Van die tunnel is
Om dat hij zijn einde nabij wist
Besloot hij tot de aankoop van een kist
Niet te duur geen stofvering aan de binnenkant
Met korting wat men geeft aan een goede klant
Op de vraag of hij niet iets meer had te besteden
Antwoordde hij het is toch donker daar beneden
Maar wat hij dan wilde met zijn gespaarde geld
Meenemen was het antwoord en het is allemaal geteld
----------------------------------------
Op het moment dat ik stierf
Zag ik er drie janken en tien grijnzen
Ik zal er dan ook maar niet te lang over peinzen
Dus mijn ogen snel sluiten
Dan kunnen die etters weer naar buiten
Moge het stortregenen
-------------------------------------------
Hij had zijn levenlang alles verzopen
Hij was altijd dronken
Hij verdronk dan ook dronken
Hij deed het gepast, naakt
Ivan Grud
24 juli 2010
Waarschuwing - Spreuken voor vandaag
Jongen, zoon van me,
wil je trouwen, trouw dan.
Maar alsjeblieft,
wees zeker van je keus.
Want zoals een lekkende kraan je gek maakt,
zo wordt je dol van een sikkeneurige vrouw,
die altijd ontevreden zeurt
en praatziek is.
,,Ik kan altijd nog naar de bovenverdieping", zeg je.
O.K. maar dan komt ze je achterna en dramt verder.
Je bent gewaarschuwd !
Kees van Baardewijk
22 juli 2010
Toen ik nog een baby was
Toen ik nog een Baby was,
had ik dikwijls gekke zin.
Dan had mijn Moeder een flesje klein,
met melk en suiker drin.
En bracht ze dat dan aan mijn hoofd,
dan sliep ik gans maneerd,
Zo heeft mijn moeder mij
al heel jong het drinken geleerd.
En ging ik later langs de school,
dan had ik voor de hits,
dat
flesje in mijn broekzak,
met water en lakrits.
Ik was al gauw een jongen strop,
en men vond dat flesje bij mij ongemaneerd.
Ik kon daar niet veel aan doen,
mijn Moeder heeft met dat flesje mij
het drinken al heel vroeg aangeleerd.
Nu smaakt mij die lakrits en ook die melk niet meer,
ik vind het alle maal zo lei,
Ik drink nu vroeg of laat een borreltje of een biertje
dan voel ik mij weer maneerd
Ik ben blij dat mijn moeder mij,
als baby het drinken heeft geleerd.
Dat flesje is voor mij een grote eer,
en als ik daar aan drink bij iedere slok iedere keer,
ik aan mijn lieve moeder denk.
Een traan loopt mij dan langs mijn gezicht,
dan ben ik gans charmeert,
en denk aan mijn goede moeder
die mij het drinken heeft geleerd.
Eugène Penders
20 juli 2010
Terug
ik kom weer terug
vanuit een niet zo'n glorieuze
actieve of krachtige
periode afgelopen jaar
de zon scheen niet in mijn hart
evenmin om mij heen
mijn gevecht duurde lang
te lang en te diep
te diep in mijn geest en lijf
teveel dokters zus of zo
langzaam verloor ik mezelf
verloor ik mijn kracht in lijf
en vooral in de geest
in het zijn
ik kom weer langzaam terug
voel weer mijn geest en lijf
en vooral mijn verwarde hart
dat al rustiger klopt
maar wel met meer kracht
ik voel weer de woorden
die ik weer kan schrijven
die ik in een gedicht wil voelen
die mij weer de ruimte geven
om de geest te voeden
en de leegte in mijn hart
Hetty Wachter
13 juli 2010
Eenzaam in onzekerheid
Gevraagd enig teken is het
gegeven
Aan de zielen der doden ongemeen
Doch slechts de stilte getuigt het verleden
Het eeuwig zwijgzame in duisternis regeert
Ivan Grud
12 juli 2010
De deal
Als de wind zich neder legt
Het lover voor altijd zwijgt
Wolken de stoffige regen loost
Trekt de zon zich beschaamd terug
Wandelend over het gele zeegras
Waar de lichamen stierven
Wandelt de dood genoegzaam rond
Over de droge zeevlakte de einder is niet meer
Vals grijzend gedenkt hij zijn deal
Zijn deal, met de blinde vooruit denderende wetenschap
Ivan Grud
12 juli 2010
Arbeiders
Feodosia Grimia Ukraine òù 6
De waterleiding
Toen haar waterpijp modderig begaf
Bedwelmde roes mijn hemels zijnde
Verwenste zij krom de slang tot graf
Verstoord dwaas hoorde ik het einde
Gestaag gravend in vergane geheel
Slovend van koude pril tot vorst laat
Onbelegd en schraal valt hen ten deel
Geen klacht van onbehagen die verlaat
Zo ik doe blind grof gemis niet wetend
Klauwen zij niet aflatend gestaag voort
En ik wentel gelaafd vals waarnemend
Verwerp hun klaagzang nimmer gehoord
Ivan Grud
12 juli 2010
De beer
Er liep een beer in het veld
Lichtelijk waggelend beetje uitgeteld
Zijn hoge leeftijd speelde hem ook wel parten
Hij had ook al zo vaak opnieuw moeten starten
Maar nu liep hij toch op zijn laatste poten
De dagen die hem restten wist hij zijn naar de kloten
Zeer vermoeid als hij was, vale vacht gescheurde pezen
Toekomst voorbij, weg die glorieuze tijd alom geprezen
En bij de vlierbessenstuik zet hij zich neer
Overpeinzend zijn geleden tijd, hij kon ook niet meer
Berenvallen, drijfjachten hij wist het allemaal te overleven
De oprukkende mensheid hij moest het hen maar vergeven
Een rilling doortrekt zijn gehavende vacht
Littekens getuigen van een levenslange jacht
Dan sluit hij zijn ogen, ziet die bloemenvallei in alle pracht
De verlossende slaap brengt hem in de eeuwig durende nacht
Ivan Grud
12 juli 2010
Hemelse zorgen
Hij de reus ligt zich in mega zonnen te warmen
Mijmerend hoe het die blauwe wereld verder zal vergaan
Pijnlijk denkt hij aan milieu, oorlogen, het hongeren der armen
Is het nog wel te redden zou hij het maar niet laten gaan
Kon hij alles maar in die wereld herstellen
Die schitterende wereld waar eens alles bloeide
Moest hij het hen nu nog duidelijker vertellen
Zagen zij niet dat de rampzaligheid alleen maar groeide
Hij kijkt omhoog en ziet ondeugende engelen lonken
Wuift en lacht, en ziet hoe hun zilveren vleugels vonken
Cupido spelende de harp laat zich op zijn schouder landen
Dansende feeën plukken sterren en vullen de manden
Ongewild strekt hij zijn hand naar die kleine wereld zon
Het kon niet anders, al wilde hij dat het anders kon
Hij sluit zijn ogen en perst het kleinood tot een supernova
Verdrietig luistert hij naar Cupido zingend zijn geliefde proza
Ivan Grud
4 juli 2010
De Kluis
Hij had geld en een briljant idee
maar wreekte zich en nam het mee
voor eeuwig begraven in zijn graf
met lachend dodenmasker een straf
De zonderling beoordeeld door velen
het kon niemand ook gek veel schelen
knettergek niet goed bij zijn kale hoofd
hij had hen al meerderen keren miljoenen beloofd
Na zeven jaren werd het graf ontruimd
de delver neuriënd ploeterde goed geluimd
ruimde de beenderen en wat spaanders hout
en de resten die men van een ieder mens overhoudt
Maar wat wonder lag daar in het licht
het doden masker, een grijzend gezicht
in de binnenkant aan de vinder een bericht
met cijfer code
factuuradres met kluis op naam van de dode
zo dat de delver die arme ziel
met zijn enorme neus in de prijzen viel
Ivan Grud
4 juli 2010
Aanvaarden
Er vertoonden zich kloven aan het oppervlak
grauwe groeven ongekend
droog en dor ineen komend
om uit te monden in een gapende kloof
vol met niet vervagende herinneringen
De geest is verbijsterd
tijd sticht verwarring
een koude bries doet mij rillen
de adem stokt
verstijft wacht ik het af
De spiegel geeft geen bedrog
en wanneer ik mij aanstaar
voel ik hem achter mij
ervaar de zwart omrande nagel
snijdend in mijn wang
Hier vraagt geen kalender om uitleg
hier past geen rouw
te aanvaarden is wat rest
angst is mij te gaan
en in de ogen welt een traan
Ivan Grud
4 juli 2010
Maagdelijk onbeschreven
Geplukt uit een der velen
dwingend doch niet ruw
trekt hij haar uit witte lakens
tijd is hier en gekomen
het serene wordt haar ontnomen
Hij vlijt haar teder neder
vingers beroeren haar zacht
trillend onder warme adem
liggend vlak gespreid
zoals zij op hem wacht
De pen dringt zich aan haar op
beroeren doet pijn vergeten
brengt haar naar andere oorden
laat haar gesloten achter
gevuld met fluisterende woorden
Ivan Grud
3 juli 2010
De Nachtzwaluw
Door het nachtelijke van gedachten
Scheert de zwaluw snijdend voort
Om de dageraad af te wachten
Terwijl hij dromen overhoord
Dan bij het ochtendgloren
De tedere vleugels uitgespreid
Stort hij neder in de brakke ziel
Het eeuwig duister der vergetelheid
Ivan Grud
3 juli 2010
Mooi
Daar waar het hemels blauw
Zich spiegelt in gouden velden
De morgenzon de dauw doet sprankelen
Raapt de nieuwgeborene diamanten
Luisterend naar het gezang van de merel
Begeleid door de tonen van de panfluit
Danst hij vrolijk op deze melodieën
Hij hoedt zich niet vroegtijdig te ontwaken
Dan scheurt de smetteloze hemel
En verschijnt er een glanzende satelliet
Regards from the human being of the planet earth
De merel zwijgt velden trekken zich in purper terug
Ivan Grud
3 juli 2010
Matroushkini zavtraki
Waar brood pijnlijk krom ligt te zijn
Ansjovis zijnde en alom ontgraat
Zie ik mijn zorgzaam Ukraine lief
Matroushka stralend serene gelaat
Haar disk zo pover liefdevol gedekt
Met onvervalst geschonden damast
Slanke handen sierend kant en plateel
Vertederen zij zielen smelt tot geheel
Hier geen gekooid vals vermeende liefde
Geen overdaad van opgepoetst vertier
Slechts gemeende liefde is het belangen
Onvoltooid geven zij liefdevol verlangen
Ivan Grud
3 juli 2010
De bejaardenbus
Iedere dag rijdt door de Landgraaf
de bejaardenbus,
zij brengt de bejaarden naar de
winkel, naar een vriend of zus.
Het is de vrijwilliger van het
gemeentelijk welzijn, die dit mogelijk maakt,
hij weet dat deze oude mensen de
hardste noten hebben gekraakt.
Uit dankbaarheid voor wat zij voor
ons hebben gedaan,
willen de vrijwilligers hen nu
terzijde staan.
Door hun harde werken hebben wij nu
welvaart,
zij hebben om dit te bereiken, niets
aan gezondheid gespaard.
Deze lieve oude mensen, in hun
gelaat de levensgroef,
zoeken graag wat vertier, in de
Dagopvang de Troef.
Maar om dat zij meestal slecht zijn
ter been,
brengt het busje hen er heen.
De vrijwilliger is blij dat hij dat
voor hen kan doen,
hij word hiervoor niet betaald, hij
krijgt hiervoor geen poen.
Hij neemt graag voor hen
verantwoordelijkheid,
en wordt beloond met heel veel
dankbaarheid.
Eugène Penders
3 juli 2010
Inner leed
Schroom niet te huilen
Wend niet af dat bedroefd gelaat
Vermag het niet in stoer te schuilen
Zwijg niet, liever dat je er over praat
Veins niet ongemeend het is vergeten
Eenzaam is de mens die niet wil weten
Ivan Grud
2 juli 2010
Vrijheid
Vrijheid kun je door een muur niet
tegenhouden,
het is maar goed dat het zo is.
Ieder die leeft heeft recht zijn
vrijheid te behouden,
zich
te weren tegen alles wat daar tegen is.
Dat is nu in 1989 weer bewezen in
Berlijn,
eindelijk
was een Volk zijn onderdrukking zat.
Het hervormde zich als een lijn,
en sloeg in de muur menig gat.
Het is of de H. Michael onze bede
heeft gehoord,
een naamgenoot koos om door te
voeren de Perestrojka.
De hervorming die het regiem heeft
doorboord,
om plaats te maken voor vrede
en vrijheid, voor Mamoeska en Leila.
Veel te lang is een groot volk door
een regiem onderdrukt,
en van hun vrijheid beroofd .
Velen bezweken onder dit juk,
en menig vrijheidstrijder werd door
dit regiem onthoofd.
Maar gelukkig kwam er op tijd een,
die Michael heet,
met zijn Perestrojka of Hervorming.
Die zijn ogen gebruikte en zag hoe
zeer zijn volk leed,
hij is het, die de vrijheid bracht
en geeft gestalte aan zijn houding.
Eugène Penders
2 juli 2010
De Morgenstond
De morgenstond heeft goud in de
mond,
je vergeet alle sleur, al je zorgen.
Genietend van de kleuren, van groen,
brons en bont,
van de verse lucht in de vroege morgen.
Allen die vroeg opstaan,
de krantenman en zij die moeten gaan werken,
genieten van de zang der vogels en
‘t kraaien van de haan,
en van de bloemen en planten in de
vele mooie perken.
Zij weten , wat is ons Limburg toch
mooi !
vooral als je de tijd neemt en je
ziet
hoe de boer bewerkt zijn hooi,
en bijna op ieder huisje een merel
zingt zijn lied.
Daarom raad ik eens ieder aan,
ieder die dit moois verslaapt,
eens vroeg op te staan,
neem van mij deze raad eens aan.
Eugène Penders
2 juli 2010
Wij worden ouder
Lieveling, wij worden ouder, dat ziet men ons aan,
het is omdat wij ons levensuurwerk niet kunnen laten stilstaan.
Maar wat zou het, ook bij het ouder worden is het leven mooi,
ook al zijn je blonde haren grijs geworden, voor mij ben je nog altijd
mooi.
Laats zag ik je heel bedenkelijk voor de spiegel staan,
ook zag ik in jouw blauwe ogen de dauw van een traan.
Maar schat, wees maar niet treurig ! mij valt ook een en ander op,
laats bood mij nog een jong meisje haar stoel aan en stond op.
Een ding moet je onthouden, daar kun je van op aan,
ik ben o zo blij, dat ik jou nog altijd ter zijde heb staan.
Ook al moeten wij met grijze haren en rimpels verder gaan,
jij bent mijn liefste, en onze liefde zal eeuwig blijven bestaan.
Eugène Penders
22 juni 2010
Mijn Vaderland.
Op een mooie morgen,’t was de tiende mei,
De merels zongen vrij en blij.
Keken wij uit het venster, en wat wij toen zagen,
In alle straten marcheerden, Duitse soldaten.
’t Was net of dat zo hoorde,
Marcheerden de soldaten, naar het noorden.
Overal waar je maar kijken kon,
Overal soldaten tot de horizon.
Ik weet nog dat mijn moeder stond te grienen,
’t Was toen ongeveer tegen tienen.
Toen hoorden wij van Radio Oranje Nederland,
Hollandse soldaten vechten aan de Moerdijk
Voor Volk en Vaderland:
Wat ik toen gezien en gehoord heb, is mij altijd bij gebleven,
Een ding heb ik toen begrepen, ook al was ik nog zeer jong,
Dat niet hier ! Maar daar aan de Moerdijk, mijn Vaderland begon.
Eugène Penders
21 juni 2010
Liefde aan de Wolga
Toen Serge zijn wodka op had gelikt
Volgde hij Olga met wulpse blik
Vlamde het verlangen ongewild
Wetende zijn passie wordt gestild
Wassend aan de kuip haar schort open
Waren zijn ogen naar binnen geslopen
En ervaart heimelijk wat niet mocht
Graaide opzwepend achter iedere bocht
En Olga wetende zijn begluurgerij
En toonde Serge tot aan kruis haar dij
Spande haar bilspieren hard omhoog
Terwijl zij nog verder naar voren boog
Onvast en wankelend stond Serge op
Vervloekend zijn lid en dronken kop
Greep Olga haar ronde heupen stevig vast
Zijn roede zoekend geen slip was verrast
En Olga onderging alles verrukkelijk gewoon
Duwde ritmisch borstel want het moest schoon
Door Serge zijn stoten klotsen in de kuip geplas
Slaakte deze een harde kreet en plofte in het gras
En Olga schikte haar schort zoals gewoon
Bekeek haar was dacht al soppend lekker schoon
Het hele gedoe was voor haar maar een pretje
Maar de borstel, Ja die hield wel van een zetje
Ivan Grud
17 juni 2010
Olga
Olga lachte ondeugend en lonkte naar Serge
Wetende hij was verloren door haar geflirt
Vele mannen geilden zich op als zij blikte
Dan wel zij sensueel aan haar glas likte
Zij was een vrouw zoals mannen het wilden
Rondborstig slank en hoog in de heupen
Haar billen zichtbaar onder satijnen rokken
Bewoog zij ritmisch om menigeen te lokken
Maar daar was Serge een jong robuust talent
Met blozende kaken driften passie ongeremd
Zij moest hem hebben gooide alles in de strijd
Beestachtig wilde zij beminnen zonder beleid
Dan klemde zij het lam zwoel in haar armen
Ontkleed blozend zwetend gepassioneerd
Onderging de snelle onbesuisde liefkozing
Nog voor de inbreng Serges snelle lozing
En als zij dan wederkeerde in het rokerig lokaal
Met wulpse onbeschaamd zoekende blikken
Dacht zij onbevredigd met smachtende dij partij
Ik zal nu toch maar een echte vent strikken
Ivan Grud
17 juni 2010
Kus der vier Jaargetijden
15 à 16 jaren droomde zij onschuldig en rein,
Toen zijn Miets en Eugène, tesamen gekomen het moest zo zijn.
Eugène speelde toneel, hij zag haar en zij zag hem,
Het klikte meteen, hij zei met bevende stem:
Geef mij eens een kus, maar zij zei ontdaan,
Nee dat mag je niet doen, maar liet hem begaan.
Ze deed bij de eerste kus, of het haar griefde
Zo begon voor Miets en Eugène de lente van de liefde
Zij bleven samen, de liefde die zo vroeg begon trouw,
Na Jaren verkering, wordt zij dan zijn vrouw.
Hun liefde tot in de banden gekluisterd viert hoog tij,
Hij neemt zijn vrouwtje, en zegt eindelijk ben je van mij.
Zij kussen elkaar met een vrolijke lach
En doen dat wel 30 keer per dag.
Nooit is het te laat een kus te geven,
Dit is de zomer van het leven.
Dan komen de kleintjes, en met hen de zorgen voor het bestaan,
Nog een kus voor de nacht daarmee is het gedaan.
Als hij van de mijn komt, is hij hartstikke moe,
Hij ligt met zijn mond open,als een hooischuur te gapen
En draait dan de rug, naar haar toe.
Miets zegt dan goede nacht man,
Nog een nachtkus, en weldra slaapt hij en weet nergens meer van.
Miets,ligt nog wakker, en zucht dan nog even,
Vroeger sliep je niet zo vlug, dit is de herfst van het leven.
Dat zij elkaar kusten, is al lang geleden voor het Gouden Paar,
Zij zijn oud geworden,en vergrijsd is het haar.
Maar herinneringen komen weer boven, op het Gouden Feest,
Dan zegt Miets gans verlegen, maar wij zijn ook eens jong geweest.
Dan spitst zij haar mond, met een kunstgebit in
En drukt Eugène een kus op zijn stoppelige kin.
Zo’n lekkere kus, heb je mij al lang niet meer gegeven,
Het is vanzelf gekomen de winter van het leven
Eugène Penders
16 juni 2010
Waarom
Laat ons de wereld waardig zijn,
laat ons de vrede toch bewaren.
Zorg dat ook onze kinderen nog,
een klaproos kunnen plukken tussen korenaren.
Waarom kan er op deze wereld,
niet voor iedereen weer vrede zijn.
Waarom toch altijd haat en moorden,
waarom toch altijd verdriet en pijn.
Een traan op de wang van een klein meisje,
een machteloos samen geknepen hand.
Dat zijn de toonbeelden van ellende,
een wrak dat ergens aanspoelt op een strand.
Eugène Penders
16 juni 2010
Censuur
Waar de dichters sneuvelen
Verdroogt schreeuwend de pen
Krult het onbeschreven blad
In tijdloos durend witte stilte
Dan is daar de oorsprong
Die zich verontwaardigt profileert
In razernij en zoet gezang
Ontrukt hij de vlerk een veder
Toomloos is zijn gedender
Niet aflatend de stroom
Braakt gewraakte zinnen
Geboren is het schrift
Ivan Grud
14 juni 2010
De dichter
Nee, sprak de dichter
tegen zijn gevoelens in
Nee, het is mooi geweest
het heeft toch geen zin
Maar rust kende die dichter niet
er lag nog zoveel in het verschiet
Neurotisch ontgrendelde hij bij hem
zijn weifelend aangetrokken rem
Dus trok hij weer schrijvende ten strijden
tegen onrecht en vervalsing van blijde tijden
Vestigde de aandacht op hongersnood ongehoord
onthouden van mensenrecht gevolgd in massamoord
Stuur onderstaand formulier op als u zelf een gedicht
wilt plaatsen.
Uw persoonlijke gegevens zullen strikt vertrouwelijk
behandeld worden en niet aan derden ter beschikking gesteld worden. Het gedicht
wordt niet automatisch gepubliceerd.
De met een * gemarkeerde velden moeten
verplicht ingevuld worden. Als u dit niet doet wordt het formulier niet
verzonden.
Als het gedicht te lang is of u heeft geen zin om het formulier in te vullen kunt u het
gedicht aan ons mailen.