SeniorPlaza

Wees als deze bloemen

eenvoudig en rein

Dan zal je in je leven

gelukkig zijn.

 

(met dank aan Nynke Snoek)

 

Roosjes bloeien in de hoven,

roosjes, zachter dan satijn.

Lieve Nynke laat je hartje

even als die roosjes zijn.

 

(met dank aan Nynke Snoek)

 

Er stond eens een ezeltje aan het strand

Die poetste zijn tanden met helderwit zand

Ik hoop dat jou hartje net zo rein

Als de tanden van het ezeltje zal zijn

 

(met dank aan Ine Schiffelers)

 

Rozen verwelken,

Scheepjes vergaan,

Maar onze vriendschap blijft altijd bestaan.

 

Met als variant 

 

Maar onze liefde blijft altijd bestaan.

 

(met dank aan Mary Steijvers)

 

De Fransen zeggen “souvenir”

De Duitsers zeggen “gedencke mir”

Maar ik gebruik, zoals ge ziet

Het Hollands woord

“Vergeet mij niet”

 

(met dank aan D. Gerritsen-Jansen)

 

Ben je boos

Pluk een roos

Zet die op je hoed

Dan is het morgen weer goed

 

(met dank aan Ine Schiffelers)

Een vrolijk humeurtje.

Een zonnige lach,

Is het levensdeurtje, van elke dag.

 

(met dank aan Mirna)

 

Van vader een schatje van moeder een pop.

Zo groeit onze Mirela al aardig op.

Op school is ze een engel met een B er steeds voor.

Want dat mondje van Mirela kan babbelen hoor.

 

(met dank aan Mirna)

 

Wees lief en weer aardig, dat maakt je bemind.

Want iedereen houd van een vriendelijk kind.

 

(met dank aan Mirna)

 

Wees lief als een vogel.

En vlijtig als een bij.

Wees lief voor je moeder, en maak je vader blij.

 

(met dank aan Mirna)

 

’t Is goed in ’t eigen hart te kijken

Nog even voor het slapen gaan,

Of ik van dageraad tot avond

Geen enkel hart heb pijn gedaan;

Of ik geen ogen heb doen schreien

Geen weemoed op ’n wezen lei,

Of ik aan liefdeloze mensen

Een woordeke van liefde zei.

 

(met dank aan D. Gerritsen-Jansen)

 

Goeden morgen Maandag

Hoe gaat het met Dinsdag

Doe de groeten aan Woensdag

Zeg tegen Donderdag

Dat ik a.s. Vrijdag

Met de trein van Zaterdag

Zondag kom logeren.

 

(met dank aan D. Gerritsen-Jansen)

Draag je licht al is het klein,

Draag het hoog geheven,

Wellicht zal die zachte schijn,

Anderen in leed of pijn,

Vreugde geven.

 

(met dank aan Harma Fidder-Westerink)

 

Klimop groeide langs mijn ramen,

Steeds weer nieuwe blaadjes kwamen,

Als een welbewuste plicht en verenigd met elkander,

Steunde elk van hen een ander,

Alle klimmend naar het licht en de altijd onvermoeide

Klimopranken groeiden en groeiden,

Alles reikte wat het kon,

Pas gesproten frisse blaadjes,

Die als kleine kameraadjes,

Samen zochten naar de zon.

 

(met dank aan Harma Fidder-Westerink)

 

als ge soms in stille stonden
vreugde bij u album straalt
wilt u mij ook niet vergeten
die dit versje voor u heeft gemaakt
 

(met dank aan mevr. J. Tenge)

 

al zijn we uit dit dorpje weg gegaan
toch zal mijn naam in je album staan
ik wil je dan ook toe wensen
wees altijd goed voor andere mensen
doe steeds je best overal
dan ben je gezien bovenal
 

(met dank aan mevr. J. Tenge)

 

leaf famke
mijn famke astou wurch soms bist
en alles freget rest
dan wol ik daste witte silst
der is in feilig nest

krup dou dan hiel ticht tsin mij oan
dan slach k mijn earm om dij
en wie de wurgens noch sa great
hja falt dan fan dij wei

mijn earmen binne/n haven dij
k/stean re sistou ijn noed
en /k streakje alle soargen wei
en alles wurdt wer goed

oan tinzen van dijn leave

 

(met dank aan mevr. J. Tenge)

 

wees lief en wees aardig
en vrolijk gezind
nooit stug en hoogvaardig
dat maakt niet bemind
maar vriendelijk en vlijtig
tot alles bereid
dat ieder kan zeggen
wat is mijn zus een ferme meid
 

(met dank aan mevr. J. Tenge)

 

Marry, Marry wat heb ik een pret

Dat ik een versje in je album zet

De plaatjes gekregen

De woordjes geleend

En toch is alles van harte gemeend.

 

(met dank aan Marry Egas)

 

Probeer het plekje wat je op Gods aardbodem betreedt,

    Zo zonnig mogelijk te maken

 

(met dank aan mevr. J.A. Spruijt)

'k Ben geen dichter van geboorte

Rijmen kan ik evenmin

Om een ander na te praten

Daarin heb ik minder zin

Daarom van mij geen vers of lied

Alleen de wens vergeet mij niet.

 

(met dank aan Marry Egas)

Wel foei een vouwtje op dit blad

en bovendien nog vast geplakt

is dat een vergissing vraag je wis

of is 't wat nieuws dat mode is ?

Wel nee mijn beste lieve meid

dat is alleen uit zekerheid

opdat je tussen al je vrinden

mijn blaadje  't eerst terug zult vinden.

 

(met dank aan Marry Egas)

 

Wie dit schreef dat raad je niet

Daar je  het aan het schrift niet ziet

Want, en 't is een wonder

Een naam staat er niet onder

Raad dus in je vrije tijd

Wie dit geschreven hijt.

 

(met dank aan Marry Egas)

 

Je neusje gebruiken

Om bloemen te ruiken

Dat mag je wel doen

 Maar hoor je iets spreken

Je neus daarin steken

Dat is geen fatsoen.

 

(met dank aan Marry Egas)

 

Op een dag vol mist en regen

Heb ik je dit vers geschreven;

'k Wou dat ik voorspellen kon,

Dat je dikwijls nog na deze

In dit boek mijn vers zult lezen,

Lekker zittend in de zon!  

 

(met dank aan Betsy Egas)

 

Al is het ook gering of klein,

Steeds is er iets om blij te zijn.

 

(met dank aan Betsy Egas)

Helden hebben monumenten,

Rijke mensen hebben centen.

Boeren hebben heel veel land

En geleerden veel verstand;

'k Ben geen held, geen rijkaard, boer,

En geleerdheid is zo'n toer,

'k Heb dit blad alleen gevuld,

Dat je aan me denken zult.

 

(met dank aan Betsy Egas)

 

In dit album vond ik prachtige versjes 

Veel geluk en heel wat wijze lesjes.

Ook ik wens dat alles je gelukt

En dat je niet onder zorgen gebukt

Voor het leven behoeft te vrezen.

 

(met dank aan Betsy Egas)

 

Een krekeltje in 't groene gras,

Een kikker in een waterplas,

Een honingbijtje op een blom,

Een goudvis in zijn vissekom,

Die leren je, dat al wat leeft,

Een zinvolle bedoeling heeft.

Geef dus je leven doel en zin.

Dat is de raad van je vriendin.

 

(met dank aan Betsy Egas)

 

Lees      blij        Ik        mij?

 

op         ik          hou      van

 

en         zeg       van      jij

 

neer      dan       jou      hou

 

(met dank aan Betsy Egas)

Als een knaap een meisje plaagt,

En haar stout een kusje vraagt,

Grijpt ze daad'lijk naar een speld

En verweert zich als een held.

Maar het is al gauw gebleken,

Dat ze niet durft door te steken.

Want dan zou naar alle schijn,

Menig knaap vol prikjes zijn.

 

(met dank aan Mary Moret)

 

In je album wat te schrijven

Wat een ander heeft gedicht,

Doe ik niet, dat noem ik stelen,

't was dus eigenlijk mijn plicht

van mij zelve wat te schrijven,

Maar daartoe ben ik niet bekwaam.

'k Geef je dus als souveniertje,

Heel eenvoudig mijnen naam.

 

(met dank aan Mary Moret)

Naar volgende poëzieversjes

Naar vorige Poëzieversjes

Terug naar de rubriek Poëzieversjes