|
|
Klik op de knoppen voor meer informatie
Partnertoeslag AOW vervalt in 2015 Grens van € 5.000 voor afname eigenwoningreserve vervallen 5
vragen over pensioen en scheiding Successierechten
nodig of niet? Wat is een
Levensloopregeling? Forfaitaire bijtelling eigen huis 2010
Wat mag een oom of tante aan een neefje of nichtje belastingvrij schenken ?
Bedenktijd bij aankopen via internet
Duur en hoogte werkloosheidsuitkering
Bundelen giften fiscaal voordelig
Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening
Wat mag ik aan mijn (klein)kinderen schenken
Erfbelasting (heette to 1 januari 2010 successierechten)
Schenkingen om successierechten te verkleinen
Verder vindt u hier Beursnieuws (klik op de tekst) (aan
onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden)
Ouderen werden met de doorwerkbonus vanaf 2009 gestimuleerd om langer door te werken. Deze bonus is in de vorm van een heffingskorting die vergelijkbaar is met de bestaande arbeidskorting voor ouderen. De doorwerkbonus is er voor mensen die ook na hun 61-ste blijven werken. De bonus bedraagt een percentage van het inkomen en wordt gegeven in de vorm van een korting op de te betalen inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van de leeftijd. Daarnaast moet het inkomen uit arbeid meer bedragen dan € 8.860 en de maximale percentage wordt berekend over € 54.776. In onderstaande tabel kunt u zien hoe hoog de bonus is.
Partnertoeslag AOW vervalt in 2015
Iedere burger in Nederland krijgt AOW uitgekeerd als hij of zij 65 wordt. Samenwonend of gehuwd, komt dit neer op 50% van het nettominimumloon. Zodra de jongste partner ook 65 jaar wordt, ontvangt hij of zij eveneens 50% van het nettominimumloon als AOW. Samen maakt dit de AOWuitkering gelijk aan het nettominimumloon.
In de tussenliggende periode, dus als de jongste partner nog geen 65 jaar is, kan de gepensioneerde recht hebben op een partnertoeslag AOW. De toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan) of inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een sociale uitkering of VUT).
Wat verandert er in 2015?
Mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, ontvangen geen partnertoeslag AOW meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt alleen zijn of haar deel van de AOW, dus 50% van het nettominimumloon. Het gezamenlijk inkomen kan hierdoor tijdelijk lager worden dan verwacht. Deze wetswijziging is al sinds 1 januari 1996 van kracht. Gepensioneerden die al vóór 2015 recht hebben op de partnertoeslag AOW, behouden deze partnertoeslag ook na 1 januari 2015.
Veel mensen niet op de hoogte van afschaffing
Uit onderzoek onder mensen tussen 40 en 57 jaar blijkt dat 65% niet op de hoogte is van de afschaffing van de partnertoeslag. Op de vraag of ze maatregelen hebben getroffen om de afschaffing te compenseren, antwoordt 80% met ‘nee’. De meesten dragen als reden hiervoor aan: ‘ik wist het niet’ en ‘ik heb me er niet in verdiept’. Degenen die wel al maatregelen hebben getroffen, hebben dat met name met lijfrentes en beleggingen gedaan of sparen voor een extra potje.
Treffen van maatregelen
Er zijn verschillende maatregelen die mensen kunnen treffen om de afschaffing van de partnertoeslag op te vangen. We noemen hier een aantal:
Het is niet altijd nodig om maatregelen te treffen. Dat gaat op voor de volgende gevallen:
Ingezonden door Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Grens van € 5.000 voor afname eigenwoningreserve vervallen
Het Ministerie van Financiën heeft de grens van € 5.000 bij de eigenwoningreserve met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 laten vervallen. Dat betekent dat uw eigenwoningreserve sneller opgebruikt is. Dat is gunstig, want u kunt dan eerder gebruikmaken van de renteaftrek in box 1, als u bijvoorbeeld geld leent voor de verbouwing van uw huis.
Wat is de eigenwoningreserve? Als u een huis koopt en wilt verbouwen terwijl u een eigenwoningreserve heeft, wil de overheid dat u deze reserve daarvoor gebruikt. Als u toch geld leent voor de verbouwing, is de rente daarover niet aftrekbaar in box 1. Voorbeeld
In de nieuwe situatie heeft u na twee jaar geen eigenwoningreserve meer. Dit betekent dat u een lening kunt afsluiten voor een deel van deze verbouwing en de verbouwingen in de toekomst. Hierover is de rente aftrekbaar in box 1. Bron: Rabobank 8 juni 2007 5
vragen over pensioen en scheiding Ik ben in 1990
gescheiden na 27 jaar huwelijk. Er is niets geregeld over het pensioen. Op 8
april 2008 word ik 65. Heb ik dan recht op pensioen van mijn ex-man? Bron:
Algemeen Dagblad Wilt u van alles weten over Pensioen en Scheiden bezoekt u dan de website Pensioenscheiden Successierechten
nodig of niet? Jan
en Maria zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij hebben twee kinderen: Bas
en Koert. Hun
vermogen wordt vooral gevormd door een huis en wat spaargeld. Enkele maanden
geleden overleed Jan. A.R. Autar is als notaris verbonden aan Kooijman Lambert Notarissen te Rotterdam en Vlaardingen en als docent personen-, familie- en erfrecht en estateplanning verbonden aan een aantal opleidingsinstituten. Bron:
Algemeen Dagblad 28 oktober 2005 Wat is
een Levensloopregeling? Volgens een onderzoek van Zwitserleven heeft een kwart van de mensen nog
nooit van de Levensloopregeling gehoord. De rest heeft hoogstens de klok horen luiden. Daarom 10 vragen over de
regeling.
6. Wat als de baas het
niet goed vindt dat ik er met m’n gespaarde geld een paar maanden tussenuit
ga? Bron:
Algemeen Dagblad 19/20 oktober 2005
AOW aanvragen Als u in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt u zes maanden voordat u 65 wordt een brief thuisgestuurd. In deze brief staat dat u online met uw DigiD een aanvraag kunt indienen bij de SVB. Uw DigiD is een persoonlijke combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord waarmee u terecht kunt bij elektronische diensten van overheidsinstellingen. Hiervoor moet u uw gebruikersnaam en een wachtwoord activeren bij DigiD. Als u nog geen DigiD heeft kunt u die hieronder aanvragen. Daarna kunt u online uw aanvraag indienen. Maak uw keuze: Woont u in een EU- of verdragsland dan vraagt u het AOW-pensioen aan bij het sociale verzekeringsorgaan van uw woonland. Tenzij u in uw woonland nooit verzekerd bent geweest voor sociale verzekeringen, dan vraagt u het AOW-pensioen bij uw SVB vestiging aan. Als u buiten een EU- of verdragsland woont, vraagt u het AOW-pensioen aan bij de SVB in Roermond. Bedrijfspensioen
U gaat binnenkort met pensioen en het aanvraagformulier is de deur uit. Hoe zit het nu met het aanvullend pensioen dat u bij bedrijven heeft opgebouwd. Krijgt u dat automatisch of moet u daar achteraan. Als u geen melding van het betreffende pensioenfonds heeft ontvangen zult u er achteraan moeten. Voor een aanvullend pensioen geldt een zogenaamde "haalplicht". Dat betekent dat u zelf actie moet ondernemen om het uitbetaald te krijgen. Meestal neemt het pensioenfonds van het bedrijf waar u nu werkt wel contact met u op voor het toezenden van een aanvraagformulier. Wanneer u evenwel drie maanden voor aanvang van uw pensionering nog niets ontvangen of gehoord heeft, is het verstandig om zelf contact op te nemen met het pensioenfonds. Voor pensioenrechten die u bij één of meer andere werkgevers heeft opgebouwd en waarvan u ook nog niets heeft gehoord dient u eveneens zelf contact op te nemen met het betreffende pensioenfonds. Weet u niet meer bij wie u moet zijn, bijvoorbeeld door fusies en dergelijke, dan kunt u beginnen bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenen (tel. 070-3117373) of bij de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). De PVK (nu gefuseerd met De Nederlandse Bank) (tel. 0800 020 1068, gratis) kan namen, adressen en telefoonnummers geven van pensioenfondsen en verzekeraars. Let wel, het is tegenwoordig vrij normaal dat als u van werkegever verandert, en die werkgever heeft een pensioenfonds, dat het pensioenfonds van de nieuwe werkgever de opgebouwde rechten in het pensioenfonds van uw oude werkgever overneemt. Dat was evenwel vroeger niet mogelijk. Dus best kans dat u ergens een pensioen heeft opgebouwd waarvan u het bestaan nauwelijks nog wist. (aan
onderstaande kunnen geen rechten ontleed worden) Bij het schenkingen aan uw kinderen hoeft er niet altijd geld
overgedragen te worden. Men kan een "schenking op papier" doen. Uw
kind hoeft over het op papier ontvangen bedrag geen schenkingsrecht of
inkomstenbelasting te betalen. Op papier schenken kan om een paar redenen handig
zijn. Bijvoorbeeld, u wilt uw vermogen tot het overlijden van uzelf en uw
partner behouden en beheren of uw geld zit in een huis of uw geld ligt vast in
een bedrijf. De schenking wordt op papier gedaan in de vorm van een
zogenaamde "schulderkenning uit vrijgevigheid". Dat is een akte die
bij de notaris MOET worden vastgelegd anders erkent de fiscus dit niet. Het in
de akte vermelde vermogen dat is overgedragen, is pas door uw kind of kinderen
opeisbaar bij uw overlijden. Uw kinderen krijgen nu wel een niet-opeisbare
vordering op u (en uw partner). U moet uw kind of kinderen daarvoor jaarlijks
een zogenaamde "zakelijke rente" betalen, want anders moet uw kind
alsnog successierechten betalen bij uw overlijden. De aan uw kind te betalen
rente over het aan het betreffende kind overgedragen vermogen bedraagt 0,75 tot
1,25 maal de "martkrente". Deze marktrente zal momenteel rond de 4 % zijn. Als één van de ouders overlijdt of bij het overlijden van
de laatste ouder, wordt het in de akte genoemde vermogen dat is overgedragen aan
het betreffende kind in mindering gebracht op de erfenis. Fiscale gevolgen Het aan het betreffende kind op papier geschonken bedrag
wordt door de fiscus gerekend tot het vermogen dat belast wordt in Box 3. Als
het totale vermogen van uw kind (inclusief uw schenking op papier) in 2009 lager
is dan € 20.661 of van een gehuwd kind lager dan € 41.322 speelt dat geen
rol. Dat is namelijk het maximaal van vermogensheffing vrijgestelde bedrag. Dan
hoeft uw kind over het op papier geschonken bedrag dus geen belasting te
betalen. Daarboven geldt dat het kind geacht wordt 4 % rendement te maken op
zijn of haar vermogen, dat belast wordt tegen een tarief van 30 %. Dat betekent
dat uw kind 1,2 % belasting moet betalen over het bedrag dat de vrijstelling
overschrijdt. Stel u geeft op papier € 10.000 en uw kind heeft geen eigen
vermogen, dan hoeft uw kind over uw schenking geen belasting over te betalen.
Maar als u bijvoorbeeld aan het kind dat geen eigen vermogen heeft € 50.000
zou schenken, betaalt uw kind als hij of zij GEHUWD is jaarlijks 1,2 % belasting
over het bedrag van € 50.000 - € 41.322 = € 8.678. Dat is in dit geval
dus € 104 dat per jaar naar de fiscus gaat. Let op: heeft uw kind wel een eigen
vermogen van bijvoorbeeld € 5.000, dan is er in het geval van de schenking van
€ 10.000 niets aan de hand. Maar in het tweede geval hoefde uw kind eerst geen
belasting te betalen over zijn of haar vermogen, maar nu telt die € 5.000 wel
mee voor zijn of haar totale vermogen. Dus in het voorbeeld van een schenking van
€ 50.000 is het totale vermogen € 55.000. Uw kind hoeft over de van u ontvangen rente geen belasting te
betalen. In het geval van het voorbeeld van € 50.000 tegen een rente van 4 %
ontvangt uw kind van u € 2.000. U kunt zelf de aan uw kind of kinderen betaalde rente niet
van uw inkomen aftrekken. Door de schuld aan uw kind(eren), als deze schuld
tenminste de in 2009 geldende schulddrempel van € 2.900 voor alleenstaanden en
€ 5.800 voor gehuwden overschrijdt, wordt echter uw zogenaamde rendementgrondslag voor Box 3
verlaagd. De rendementsgrondslag is de waarde van uw bezittingen verminderd met
de waarde van uw schulden. Stel u schenkt op papier € 50.000. Over dit vermogen
betaalde u aan de fiscus jaarlijks 1,2 % (30 % van 4 %), oftewel € 600. Stel u
bent een echtpaar, dan is de drempel voor aftrek van schulden bij uw
rendementgrondslag € 5.800. Dat betekent dat een bedrag van € 50.000 - €
5.800 = € 44.200 niet langer meetelt voor uw rendementgrondslag. Dus u betaalt
over dit bedrag niet meer de 1,2 % aan belasting. U betaalt de fiscus nu dus
maar € 530 in plaats van de eerder genoemde € 600. De materie is vrij ingewikkeld. De hier genoemde voorbeelden
zijn om u een idee te geven van hoe een en ander in elkaar zit. Bij het schenken
van een huis of bedrijf op papier gelden nog een aantal specifieke zaken.
Raadpleeg in alle gevallen een notaris. Die kan u de details geven. (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Daarnaast kent de AOW een toeslag voor partners jonger dan 65 jaar, die lage eigen inkomsten of helemaal geen inkomsten hebben.
Welk bedrag
u krijgt hangt af van uw woonsituatie en hoeveel jaren u voor de AOW verzekerd
bent geweest. Verzekerd
zijn voor de AOW Iedereen
die legaal in Nederland woont, is meestal automatisch verzekerd voor de AOW. Het
maakt niet uit welke nationaliteit u heeft, en ook niet of u wel of niet heeft
gewerkt. Woonsituatie Behalve van
het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest, is de hoogte van uw AOW-pensioen
ook afhankelijk van uw woonsituatie. De AOW kent pensioenbedragen voor
alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. AOW-toeslag Is uw partner nog geen 65 ? Hij of zij krijgt nog geen AOW. Daarom ontvangt u een extra bedrag boven op uw AOW-pensioen. Dit extra bedrag heet een toeslag. Het kan zijn dat uw partner inkomsten heeft. Bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt of vervroegd met pensioen is. Deze inkomsten trekt de SVB van de toeslag af. Welke inkomsten gaan van uw toeslag af ?
Welke inkomsten gaan niet van uw toeslag af ? Inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend worden niet van de toeslag afgetrokken. Buiten Nederland gewoond of gewerkt ? Heeft uw partner buiten Nederland gewoond of gewerkt ? Dan is hij of zij meestal niet verzekerd voor de AOW. Voor elk jaar dat uw partner niet verzekerd is, gaat er 2% van de toeslag af. Toeslag vervalt in 2015 Wordt u 65 op of na 1 januari 2015 ? En wordt u eerder 65 dan uw partner ? Dan krijgt u geen toeslag. De toeslag wordt op 1 januari 2015 afgeschaft. Bent u nu al 65 ? Of wordt u dat voor 1 januari 2015 ? Dan krijgt u nog gewoon een toeslag. De toeslag loopt door totdat uw jongere partner zelf 65 wordt, ook al is dat na 2015. Wat betekent het afschaffen van de toeslag ? Als u op of na 1 januari 2015 als eerste 65 wordt, ontvangt u alleen uw deel van het AOW-pensioen. Uw inkomen kan hierdoor tijdelijk lager zijn. Dat zal het geval zijn als uw partner geen eigen inkomsten heeft. Hoe lang u samen minder inkomen heeft, ligt aan het leeftijdsverschil tussen u en uw partner. Bent u bijvoorbeeld twee jaar ouder, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen uw AOW-pensioen. Welke maatregelen kunt u nemen? Een tijdelijke teruggang in inkomen kunt u voorkomen door nu al maatregelen te nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden:
De zorgverzekering en uw AOW-pensioen De
invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft voor iedereen financiële
gevolgen. U merkt het aan de premie die u aan uw zorgverzekeraar betaalt. En u
merkt het aan de verandering van uw netto-inkomen.
Premie De premie
voor de nieuwe zorgverzekering bestaat uit:
Bijdrage
Zvw Sinds
januari 2006 houdt de SVB de bijdrage Zvw in op uw AOW-pensioen. De bijdrage is
7,05%. De SVB vergoedt de bijdrage niet, omdat deze al in het AOW-bedrag is
verwerkt. Om de
zorgverzekering voor iedereen betaalbaar te maken, heeft het kabinet extra
maatregelen genomen, zoals:
Woont u
buiten Nederland? Dan kunt u
ook met de zorgverzekering te maken krijgen. Dat is in de volgende situaties het
geval:
Het College
voor zorgverzekeringen (CVZ) stelt vast of u onder de zorgverzekering valt.
Als dat het geval is, houdt de SVB de bijdrage Zvw buitenland in op uw
AOW-pensioen. In uw woonland kunt u gebruikmaken van de lokale medische zorg op
kosten van de Nederlandse zorgverzekering. Bedragen
en betaaldagen AOW De AOW kent
verschillende uitkeringsbedragen. De hoogte van uw uitkering hangt af van uw
leefsituatie. Het AOW-pensioen wordt maandelijks uitbetaald. Hieronder staan AOW-pensioenbedragen die gelden vanaf 1 januari 2010. Dit zijn de meest voorkomende AOW-bedragen. Deze gelden met name als u een volledig AOW-pensioen heeft en in Nederland woont. Wat wordt er op het AOW pensioen ingehouden? Op het
AOW-pensioen houdt de SVB loonheffing in. Loonheffing bestaat uit loonbelasting
en premie voor de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ). Wat ontvangt
een alleenstaande
*
Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De
vakantie-uitkering bedraagt bruto € 56,93 per maand en wordt in de maand mei
uitbetaald. Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (beiden 65+)
* Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 40,66 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald. Gehuwden zonder toeslag die een partner onder de 65 jaar hebben en waarvan de AOW is ingegaan voor 1 februari 1994 ontvangen de hogere AOW van een alleenstaande. Hun maximale toeslag is evenredig lager. Als ze recht hebben op de volledige toeslag ontvangen ze hetzelfde als AOW-ers met volledige toeslag (zie tabel hierna). Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (jongste partner nog geen 65 jaar, volledige toeslag)
*
Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De
vakantie-uitkering bedraagt bruto € 81,32 per maand en wordt in de maand mei
uitbetaald. Wat ontvangen gehuwden, geregistreerd partners, ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren (jongste partner nog geen 65 jaar, geen toeslag)
*
Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De
vakantie-uitkering bedraagt bruto € 40,66 per maand en wordt in de maand mei
uitbetaald. Wat ontvangt een alleenstaande ouder met kind onder 18 jaar
*
Het bruto bedrag is inclusief de tegemoetkoming AOW van € 34,26. De
vakantie-uitkering bedraagt bruto € 73,18 per maand en wordt in de maand mei
uitbetaald. Betaaldagen Op de
volgende data maakt de SVB uw AOW-pensioen over naar uw bank: 22 januari 2010 23 februari 2010 23 maart 2010 23 april 2010 21 mei 2010 (met vakantiegeld) 23 juni 2010 23 juli 2010 23 augustus 2010 23 september 2010 22 oktober 2010 23 november 2010 17 december 2010 Afhankelijk van uw bank kan het nog enkele dagen duren voordat het bedrag op uw rekening staat. Bron: SVB Forfaitaire bijtelling eigen huis 2010 (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
Vanaf 2010 is de waardepeildatum voor de WOZ de waarde die in 2009 door de gemeente is vastgesteld. De gemeenten stellen tegenwoordig jaarlijks de WOZ waarde vast.
De forfaitaire bijtelling voor een eigen huis bij het inkomen is als volgt:
Huiseigenaren die hun hypotheek geheel of voor een groot deel hebben afgelost krijgen een lagere of zelfs geen bijtelling van het eigenwoningforfait. Wie zijn hypotheek helemaal heeft afgelost en dus geen hypotheekrente van de belasting aftrekt hoeft geen eigenwoningforfait bij de inkomsten op te tellen. Men krijgt dan een belastingaftrek die even groot is als de bijtelling van het eigenwoningforfait. Deze regeling is ook gunstig voor mensen die maar een relatief kleine hypotheek op hun huis hebben. De forfaitaire bijtelling voor het eigen huis zal namelijk nooit groter zijn dan de hypotheekrente men van de belasting mag aftrekken.
Stel men heeft een huis met een WOZ waarde van € 275.000. Er moet dan een eigenarenforfait van 0,55/100 x 275.000 = € 1.512 bij het inkomen opgeteld worden. Stel men heeft een resthypotheek van € 25.000 tegen 4,5 procent rente. De belastingaftrek is dan € 1.125. In 2004 betaalde u per saldo over het eigenarenforfait minus de hypotheekrente aftrek nog belasting. Dat is in deze berekening 1.512 – 1.125 = € 387. Sinds 1 januari 2005 (dus ook in 2010) geldt dat het maximale forfait niet hoger kan zijn dan de afgetrokken hypotheekrente. In dit geval is het maximale forfait dus € 1.125. En de aftrek van de hypotheekrente is eveneens € 1.125. Men heeft dus in dit geval geen bijtelling meer. Dat is bijvoorbeeld gunstig voor mensen die geen hypotheek meer op hun huis hebben. Die hoeven sedert 2005 ook de eigenwoningforfait niet meer bij hun inkomen op te tellen. Voor mensen die meer hypotheekrente aftrekken dan het eigenwoningforfait verandert er niets.
Dus stel uw heeft in dit voorbeeld nog een resthypotheek van € 100.000. Dan is uw hypotheekrente aftrek (tegen 4,5 procent rente) € 4.500. Het bedrag van € 4.500 - € 1.512= € 2.988 is nog steeds aftrekbaar van uw inkomen.
Bron: Ministerie van Financiën Wat mag een oom of tante aan een neefje of nichtje in 2010 belastingvrij schenken ? (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
Het bedrag dat een oom of tante aan een neefje of nichtje belastingvrij mag schenken bedraagt in 2010 € 2.000 per kalenderjaar. Als u de betreffende bedragen maximaal schenkt hoeft het betreffende neefje of nichtje geen aangifte te doen van de schenking. Als dit bedrag wel overschreden wordt moet het betreffende neefje of nichtje daarvan wel aangifte doen. De belastingtarieven voor schenkingen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn voor neefjes en nichtjes als volgt in 2010:
Het is wel mogelijk om een schenking te doen "vrij van rechten". In dat geval neemt de betreffende oom of tante de belasting over het bedrag voor zijn of haar rekening. Het betreffende neefje of nichtje betaalt dan geen belasting over de schenking. De oom of tante heeft daar wel fiscaal voordeel bij. Raadpleeg uw belastingadviseur. Overigens gelden dezelfde vrijstelling en belastingtarieven ook voor alle anderen. Bedenktijd bij aankopen via internet (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
Veel mensen hebben intussen wel eens iets via het internet gekocht. Maar weinigen kennen de wettelijke spelregels. Ook bij aankopen via het internet gelden de regels van de Wet Koop op Afstand. De koper heeft een bedenktijd van 7 dagen. Deze termijn mag door de verkoper niet verkort worden of beperkt worden. Het is wettelijk niet toegestaan om bij ontbinding van de verkoop binnen 7 dagen aan de koper kosten in rekening te brengen. Het is ook vaak in strijd met de wet als een website vermeldt dat ontbinding van de koopovereenkomst alleen mogelijk is als de verpakking niet is opengemaakt. Dat mag alleen gesteld worden voor audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur. De wet eist bovendien dat het adres van de verkoper bekend is als er vooruitbetaling wordt geëist. (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Bij ontslag wordt tegenwoordig vaak een "Gouden" of "Zilveren" handdruk gegeven. Deze kunt u berekenen aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Dat is een soort richtlijn waar de kantonrechter zich in het algemeen aan kan houden. De kantonrechter kan hier echter ook van afwijken. Het eindoordeel is te allen tijde aan de kantonrechter. De kantonrechtersformule luidt als volgt:
Volgens de kantonrechtersformule
krijgt u een bedrag ineens van a x b x c uitgekeerd. Voorbeeld: Iemand begint te werken bijeen bedrijf op als hij of zij 35 jaar oud is en wordt ontslagen op het moment dat hij of zij 55 jaar oud is. Volgens de kantonrechtersformule ontvangt deze persoon: (5 x 1) + (10 x 1,5) + (5 x 2) = 30 maanden bruto salaris. Let op: Deze uitkering is belast. Als u deze uitkering ineens laat plaatsvinden wordt dat bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Het kan soms beter zijn om die onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij en uitkeringen te laten doen in de vorm van een lijfrente. Dan wordt de uitkering niet bij uw inkomen van het betreffende jaar opgeteld. Vaak moet u dan echter als premie, 10 procent van het bedrag betalen aan de verzekeringsmaatschappij, plus 1 procent per jaar over het dan resterende bedrag. Bij een erg hoge premie kunt u overwegen om een zogenaamde Stamrecht b.v. op te richten die dan uw uitkering beheert. U moet hiervoor een gewone b.v. oprichten die ingeschreven wordt bij de Kamer van Koophandel. Veder moeten alle handelinge verricht worden die gelden voor het oprichten van een gewone b.v., zoals aanmelding bij de belastingdienst, er moeten statuten gemaakt worden, een aandeelhoudersregister, enz. Een vrij ingewikkelde zaak voor iemand die daar niet in thuis is. 31 oktober 2008 Kantonrechters wijzigen formule ontslagvergoeding Het rekenmodel dat kantonrechters hanteren voor de toekenning van vergoedingen bij de ontbinding van arbeidsovereenkomsten wordt aangepast. Dit heeft de Kring van Kantonrechters donderdag in Utrecht besloten. Volgens de kantonrechters was de uit 1996 stammende formule toe aan een ‘update’. De belangrijkste wijzigingen behelzen een andere berekening van de dienstjaren, meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever, en maatwerk voor werknemers die in het zicht van pensionering zijn. Volgens de huidige formule wordt de vergoeding berekend door het aantal dienstjaren te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris en met een factor waarin de bijzondere omstandigheden van het geval zijn uitgedrukt in een cijfer. Daarbij tellen de dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar voor één maandsalaris, van 40 tot 50 jaar voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor twee. De kantonrechters willen dit voor de toekomst verfijnen, waarbij de dienstjaren tot 35 jaar tellen voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor één, van 45 tot 55 jaar voor 1,5 en vanaf 55 jaar voor twee maandsalarissen. Daarmee willen ze aansluiting zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, maar met behoud van bescherming van de oudere werknemer. Verder willen de kantonrechters meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden die nu soms onderbelicht blijven, zoals de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever. Een werknemer die door zijn werkgever in staat is gesteld door cursussen zijn kennis bij te houden en uit te breiden, heeft een steviger positie op de arbeidsmarkt en heeft volgens de kantonrechters minder financiële bescherming nodig dan andere collega's. En werknemers die werkzaam zijn in een branche met een groot gebrek aan personeel, heeft volgens de rechters minder bescherming nodig dan een werknemer in een sector waarin veel werkloosheid heerst. Bron: De Volkskrant Heeft u hulp nodig bij het oprichten van een Stamrecht b.v. vul dan het onderstaande formulier in. Op dit moment staat de kantonrechtersformule ter discussie. Duur en hoogte werkloosheidsuitkering 2009 (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Hoogte WW De hoogte van de uitkering Alle hieronder genoemde bedragen zijn bruto. Er gaat dus nog belasting vanaf. Bereken uw loon als volgt. Neem 12 maal het
maandloon en tel daar het vakantiegeld bij op. Stel u verdient € 2.000 per
maand en u krijgt 8 procent vakantiegeld. Uw totale inkomen bedraagt dan 12 x
€ 2.000 = € 24.000 plus 8 % van € 24.000 = € 1.920. Uw totale
jaarinkomen bedraagt dan € 25.920. Het UWV rekent met een daggeld,
gebaseerd op 5 werkdagen per week. Een jaar heeft dan 52 x 5 = 260 werkdagen. In
het geval van het voorbeeld is uw daggeld dus € 25.920/260 = € 99,69 per
dag. Hiervan wordt dan 70 % uitgekeerd. Dat is dus 0,7 x € 99,69 = € 69,78.
De uitkering vindt iedere 4 weken (dus niet per kalendermaand) plaats. Van het
bedrag wordt echter 8 procent vakantiegeld ingehouden, dus in ons voorbeeld €
5,58. Er resteert dan een bedrag per dag van € 69,78 - € 5,58 = € 64,20.
De uitkering per 4 weken is dus 20 x € 64,20 = € 1.284. Of op jaarbasis 260
x € 64,20 = € 16.692. Het vakantiegeld wordt eenmaal per jaar in de maand
mei uitgekeerd en bedraagt in ons voorbeeld 260 x € 5,58 = € 1.450,80. Dan
moet u wel een heel jaar daarvoor werkloos geweest zijn want anders wordt er
slechts naar rato van het aantal maanden dat u daarvoor werkloos was uitgekeerd.
Stel u was in mei nog maar drie maande werkloos dan krijgt u slechts ¼ van het
vakantiegeld uitgekeerd in mei van het betreffende jaar. Uw totale jaarinkomen
is dus in dit voorbeeld. € 18.142,80. Velen van boven de 50 jaar zullen meer dan
het bedrag van € 2.000 per maand verdienen. Dan moet u wel rekening houden met
het feit dat er een maximum zit aan het daggeld, namelijk € 179,90 (in
2008),
inclusief vakantiegeld. Dat is een bedrag, inclusief vakantiegeld van 44. 844,80
op jaarbasis. Over alles wat u meer verdient wordt geen uitkering gedaan.
Van het maximale bedrag van € 179,90 krijgt u weer slechts 70 % uitgekeerd.
Het maximum bedrag aan uitkering per dag is dus 0,7 x € 179,90 = € 125,93.
Hier gaat eerst weer 8 % vakantiegeld vanaf, zijnde € 10,07. Er resteert dus
een dagbedrag van € 115,86. Uw vierwekelijkse uitkering is dan 20 x € 115,86 = €
2.317,20. Op jaarbasis is dat € 30.123,60. U krijgt dan maximaal nog eens 2.409
aan vakantiegeld. Uw totale jaarinkomen bedraagt dan € 32.532. Duur van een WW-uitkering Als u een WW-uitkering krijgt, is dat voor ten minste 3 maanden en ten hoogste 38 maanden (3 jaar en 2 maanden). Hoe lang u de uitkering precies krijgt, hangt af van uw arbeidsverleden. Jareneis Als u 26 van de 36 weken gewerkt heeft, voldoet u aan de
wekeneis. Dan krijgt u een basisuitkering van 3 maanden.
een volledige WIA- of WAO-uitkering kreeg; in andere landen werkte. Arbeidsverleden Hoe lang u een WW-uitkering krijgt, hangt af van het aantal jaren dat u gewerkt heeft; uw arbeidsverleden. Uw arbeidsverleden voor de WW wordt berekend met 2 periodes: uw feitelijke en fictieve arbeidsverleden. De optelsom van die periodes is uw totale arbeidsverleden. Voor ieder jaar arbeidsverleden heeft u recht op 1 maand WW-uitkering. Uw ‘feitelijke arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf
1998 waarin u ten minste 52 dagen in loondienst bent geweest. Het jaar waarin u
werkloos wordt, telt niet mee. Uw ‘fictieve arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf het
jaar dat u 18 werd tot aan 1998. Het maakt daarbij niet uit of u in die periode
wel of niet gewerkt heeft. Bereken nu de duur van uw uitkering met de volgende som: Heeft u voor jonge kinderen gezorgd?
De kalenderjaren waarin u voor jonge kinderen zorgde, tellen als volgt mee voor uw arbeidsverleden: · de jaren tot en met 2004 tellen elk mee als 1 jaar; · de jaren 2005 en 2006 tellen beide mee als driekwart; · vanaf 2007 telt elk jaar mee voor de helft. Deze regeling heet ook wel het verzorgingsforfait. Heeft u in een kalenderjaar langer dan een halfjaar een WW-uitkering of een loongerelateerde WIA-uitkering gehad? Dan geldt het verzorgingsforfait niet voor dat jaar. Heeft u voor een zieke of gehandicapte gezorgd (mantelzorg)? Heeft u in een kalenderjaar niet 52 dagen loon ontvangen, maar een zieke of gehandicapte in uw naaste omgeving verzorgd? Dan kan dit jaar voor de helft als arbeidsverleden meetellen. Dit heet het mantelzorgforfait. Een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van het mantelzorgforfait is dat u betaald krijgt voor uw mantelzorg. Degene die u betaalt, moet dat doen van zijn persoonsgebonden budget (pgb). U moet kunnen laten zien dat u vanuit dit pgb betaald werd. Bijvoorbeeld door een overeenkomst tussen u en degene die u verzorgde. Het mantelzorgforfait geldt alleen voor kalenderjaren vanaf 2007. Jaren voor 2007 waarin u voor een zieke of gehandicapte zorgde, tellen niet mee voor uw arbeidsverleden. Heeft u in een kalenderjaar langer dan een halfjaar een WW-uitkering had of een loongerelateerde WIA-uitkering gehad? Dan geldt het mantelzorgforfait niet voor dat jaar. Heeft u de zorg verleend als zelfstandig ondernemer? Ook dan geldt het mantelzorgforfait niet. Heeft u in één jaar mantelzorg verricht én voor jonge
kinderen gezorgd? Einde WW en nog geen werk Bronnen: UWV, Postbus 51 en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Bundelen giften fiscaal voordelig (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Om giften van de belasting aftrekbaar te maken heeft u te maken met een zogenaamd drempelbedrag. Alleen bedragen boven deze drempel leveren fiscaal voordeel op bij aftrek daarvan in Box 1. Het drempelbedrag is 1% van uw "drempelinkomen". Het drempelinkomen is het totaal aan inkomsten van Box 1, 2 en 3 zonder dat u rekening houdt met uw persoonsgebonden aftrekposten. Als u ieder jaar wat aan goede doelen geeft kan het zijn dat u ieder jaar weer onder deze drempel blijft en er dus niets aftrekbaar is. U kunt de giften wel bijvoorbeeld eenmaal in de drie jaar geven. U geeft dan de eerste twee jaar helemaal niets en het derde jaar het drievoudige. Stel dat uw drempelinkomen € 25.000 bedraagt. Dan zijn de giften die minder dan € 250 (1% van € 25.000) per jaar bedragen niet aftrekbaar. Stel u geeft € 200 per jaar aan goede doelen. U geeft nu de eerste twee jaar niets en in het derde jaar schenkt u € 600. Dan is in het derde jaar een bedrag van € 600 - € 250 = € 350 aftrekbaar. U kunt het natuurlijk ook op een andere manier doen. Past u wel op want het maximale bedrag dat aftrekbaar is bedraagt 10 % van uw drempelinkomen. In het geval van ons voorbeeld is dat dus € 2.500. Hoe staat het met mijn pensioenvoorziening En dan word je 65 jaar oud. Dat zou betekenen dat u dan 70 procent van uw laatstverdiende loon zou moeten ontvangen. Is dat wel zo? Heeft u geen pensioengat? Komt u wel toe met 70 procent van uw laatstverdiende inkomen? Als u een hypotheek had en die loopt op of rond uw 65-ste verjaardag af, dan scheelt dat een hoop aan kosten. Heeft u echter een huurhuis dan worden de kosten niet minder. Als u dan denkt dat u dan te tijd heeft om eens lekker te gaan reizen, maar u heef daar onvoldoende geld voor, dan kan het allemaal wel eens tegenvallen. Misschien had u dan wel eerder voorzieningen moeten treffen. De Stichting Pensioenkijker wil het pensioenbewustzijn van de Nederlander vergroten. Wie er meer over wil weten kan terecht op de website van Pensioenkijker (druk op de tekst) voor objectieve en niet-commerciële informatie. Wat mag ik aan mijn kinderen of kleinkinderen belastingvrij schenken ? (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
De belastingtarieven voor schenkingen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn voor kinderen en kleinkinderen als volgt in 2010:
Dit is een belangrijk verschil met 2009. Toen gold dat voor sommige verkrijgers de volledige vrijstelling verviel als de vrijstelling ook maar met 1 euro werd overschreden en dus de hele schenking werd belast. Voorbeeld: U schenkt uw kind € 30.000. De eerste € 5.000 (2010) is belastingvrij. Over het bedrag van € 30.000 - € 5.000 = € 25.000 moet uw kind 10 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van € 2.500. U schenkt uw kleinkind € 30.000. De eerste € 2.000 (2010) is belastingvrij. Over het bedrag van € 30.000 - € 2.000 = € 28.000 moet uw kleinkind 18 % belasting betalen. Dat is dus een bedrag van € 5.040. Bron: Ministerie van Financiën
Erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden)
Vrijstelling erfenis
Partners voor de erfbelasting worden gezien als 1 persoon (of als 1 belastingplichtige). Als beide partners een erfenis krijgen, worden zij voor de berekening van de erfbelasting beschouwd als 1 persoon. Het begrip partners is voor de erfbelasting anders dan in het Burgerlijk Wetboek. Is er geen testament, dan erven alleen de echtgenoot of geregistreerd partner. Samenwonende partners erven in dat geval niets. De Belastingdienst ziet de volgende mensen als partners voor de erfbelasting:
Voor de erfbelasting is een gehandicapt kind een kind dat:
De belastingtarieven voor erfenissen over het meerdere van bedragen die vrijgesteld zijn van belasting, zijn als volgt in 2010:
Dit is een belangrijk verschil met 2009. Toen gold dat voor sommige verkrijgers de volledige vrijstelling verviel als de vrijstelling ook maar met 1 euro werd overschreden en dus de hele erfenis werd belast. Het voert te ver om hier alle mogelijkheden te behandelen. Raadpleeg in dat geval uw belastingconsulent of de belastingdienst. Bron: Ministerie van Financiën Schenking om de erfbelasting (heette tot 1 januari 2010 successierechten) te verkleinen (2010) (aan het onderstaande kunnen geen rechten ontleend worden) Let op dit is in 2010 een stuk veranderd en veel minder aantrekkelijk. Stel u heeft een hoog bedrag als erfenis voor uw kind. Het kan dan de moeite lonen om per jaar meer uit te keren dan de belastingvrije voet (zie tabellen hiervoor). Als rekenvoorbeeld gaan we uit van een periode van 5 jaar. Stel u heeft € 100.000. (zie tabel hierboven bij "Wat mag ik aan mijn kinderen en kleinkinderen belastingvrij schenken". Let wel de bedragen in de tabel veranderen jaarlijks). 1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze € 100.000 minus de belastingvrije uitkering van € 5.000 (2010) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heef natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van € 19.000. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan € 76.000. Dit is voor een kind belast met 10 %, dus is een bedrag van € 7.600 verschuldigd (zie tabel hierboven bij "Wat mag ik aan mijn kinderen en kleinkinderen belastingvrij schenken". Let wel de bedragen in de tabel veranderen jaarlijks). 2. Stel u doet een jaarlijkse uitkering van € 20.000 gedurende 5 jaar. Daarvan is € 5.000 belastingvrij. Uw kind betaalt dan 10 % belasting over het bedrag van € 20.000 minus de jaarlijkse belastingvrije voet van € 5.000. Dat is per jaar een bedrag van 10 % over € 15.000, te weten € 1.500 per jaar. In 5 jaar is dat dus een totaalbedrag van € 7.500. Na 5 jaar is de € 100.000 weggeschonken en hoeft uw kind dus verder geen belasting meer te betalen over dit bedrag. Het verschil met het voorgaande is maar € 100. 3. Stel u schenkt uw kind € 5.000 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van € 100.000 verminderd tot € 75.000. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van € 19.000 belastingvrij. Uw kind betaald over het resterende bedrag, € 56.000, 10 %. Dat is dan € 5.600. Het wordt pas aantrekkelijk als het gaat om erfenissen die de € 118.000 flink overschrijden. Stel u heeft € 600.000. 1. U doet verder geen schenking aan uw kind. Bij uw overlijden betaalt uw kind belasting over deze € 600.000 minus de belastingvrije uitkering van € 5.000 (2010) (mits u dat in het jaar van overlijden nog niet geschonken heef natuurlijk) en de vrijstelling van erfenis voor een kind van € 19.000. Het bedrag waarover vervolgens belasting geheven wordt is dan € 576.000. Dit is voor een kind voor de eerste € 118.000 belast met 10 %, dus is een bedrag van € 11.800 verschuldigd. Over het meerdere € 458.000 wordt 20 % geheven, dus € 91.600. Het totaal aan betaalde belasting is dus € 103.400. 2.De tweede optie is dat u uw kind ieder jaar € 118.000 schenkt. Uw kind betaalt jaarlijks 10 % over € 118.000 - € 5.000, oftewel 10 % over €113.000 = € 11.300. In 5 jaar is dat dus een totaal van € 56.500. Van het bedrag resteert na 5 jaar nog € 600.000 minus 5 x € 118.000. En dat is € 10.000. Hierover moet nog 10 % betaald worden, dus € 1.000. In totaal betaalt uw kind nu € 57.500. 3. Stel u schenkt uw kind € 5.000 belastingvrij per jaar. Na 5 jaar is het bedrag van € 600.000 verminderd tot € 575.000. De belasting daarover is voor uw kind voor een bedrag van € 19.000 belastingvrij. Uw kind betaald over het resterende bedrag, € 556.000, Dit is voor een kind voor de eerste € 118.000 belast met 10 %, dus is een bedrag van € 11.800 verschuldigd. Over het meerdere € 438.000 wordt 20 % geheven, dus € 87.600. Het totaal aan betaalde belasting is dus € 99.400. Vormen van schenken U kunt uw kind ook geld lenen (bijvoorbeeld voor het kopen van een huis) en de aflossing ieder jaar kwijtschelden. Het kind moet wel een redelijke rente aan u betalen maar die is als hypotheekrente weer aftrekbaar van de belastingen. Het is verstandig om de lening vast te leggen bij een notaris. Een schuldbekentenis mag ook, maar die moet u dan wel laten vastleggen bij de belastingdienst. Let op! De schenking van een huis aan kinderen om daarmee de waardevermeerdering van het huis in de loop der jaren te kunnen ontlopen gaat niet meer op. Over de waardevermeerdering wordt nu bij een erfenis gewoon belasting geheven. Moet u aangifte doen van schenkingen? Hoe doet u aangifte? U doet aangifte met het formulier ‘Aangifte schenkbelasting’. Dit aangifteformulier kunt u downloaden of aanvragen bij de BelastingTelefoon. Stuur uw aangifte naar het belastingkantoor waar de schenker onder valt. Met het hulpmiddel Adressen schenkingskantoren kunt u opzoeken welk belastingkantoor dit is. Let op! Als blijkt dat een schenking meer waard is dan u opgeeft, dan kan de belastingdienst u een hogere aanslag opleggen. Als de schenking belast is moet bij een schenking van ouders aan kinderen de aangifte plaatsvinden voor 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden. Als u geen aangifte hoeft te doen, is het vaak aan te raden de schenking vast te leggen. U legt alle afspraken vast in een "akte", dat wil zeggen dat u alles op papier zet. Dit papier wordt vervolgens zowel door de schenker als de ontvanger van de schenking ondertekend. Beide partijen dienen een origineel ondertekende kopie te hebben. Het voert te ver om hier alle mogelijkheden op te noemen. Raadpleeg een notaris of fiscalist om meer mogelijkheden te leren kennen. Nieuws en actuele koersen bij Eurobench ---- klik op de euro ---- Euronext ---- klik op de euro ----
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||