Zomer




Klik op een knop voor meer informatie:

 

 


(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal)

Kijk en luister naar De Vier Jaargetijden van Vivaldi

Klik op de betreffende regel

Zomergedichtjes

Zomerliedjes

Zomerversjes

Mama mia, gratis ijsjes !!

Zomerspreuken

Zomer spreekwoorden

Zomer bloemen

Zomer vruchten, fruit en groenten

Vlinders

Maar dan … die insecten !!!

Zandsculpturen

Aan het strand

Zomer uitstapjes

Zomerse recepten

Zomergedichtjes

Zomerliedje

Geluk is: stil te gaan

Door zomerblije landen,

Door ‘t smalle pad, waar ‘t graan

Ritselt langs onze handen;

De lucht in ‘t westen rood

En goud in duizend kleuren,

De velden blank en blond,

Doorwaaid van zoete geuren.

 

Een late vogel fluit,

Traag klokgelui van verre,

Aan d’ einder danst en glanst

Gods lamp: de avondsterre….

Geluk is: langs het graan,

Langs zomerblije landen,

Naar ‘t stille huis te gaan,

Waar de avondlampen branden.

 

Albertine Steenhoff-Smulders

Uit: Het klokkespel 1952

De vlier

Als de dagen langer worden,

als de zon haar kracht vergroot,

als de vlieren zijn gaan bloeien

in het bos en langs de sloot,

ja, dan lijkt het of die bomen

-net als in een sprookjesland-

allemaal en sluier dragen,

van het fijnste Brussels kant.

 

Ciley Mary Barker

Zonnebloemleed

Een zonnebloem in een klein prieel

Stond rillend in de regen,

En dacht bezorgd: ‘Mijn stuifmeel

Kan er helemaal niet tegen.

Ach, achter de wolken zou ik stralen

In mijn  gele japon.

Want achter de wolken schijnt de zon’

 

Karel Scholten

Zeeballade

 

Golven met schuimkoppen op de top

rollen speels het strand op

en leggen een schelpentapijt

in een kleurig patroon op het zand

 

Dan jaagt de wind de golven op

en het donderend geraas

van het aanstormende water

doorbreekt de serene stilte

 

Dreigend verovert de zee het land

met een nietsontziende kracht

neemt de zee als overwinnaar

vele trofeeën met zich mee

 

En de zee weer tot rust gekomen

toont haar andere gezicht

Dromerig lieflijk stromend

badend in de zonnestralen

is zij haar eigen vergezicht

 

Ilse Steel

Korenhalmen

 

Roerloos bij zoveel schoonheid

een droom gelijk

staat de wereld even stil

De wuivende korenhalmen

ragfijn gepenseeld

lijken mij dichterbij te wenken

de vogels nog niet uitgespeeld

stijgen in de strakblauwe lucht

De roodgouden gloed

van de ondergaande zon

straalt een bekoring uit die

ik ademloos onderga

bodemloos is mijn geluk

 

Ilse Steel

Zomerliedjes

Zomerfeest

De zomer viert haar vreugefeest

En ieder is genood-

Want plaats is er voor iedereen,

De wereld is zo groot!

 

Naar rang of stand wordt niet gevraagd,

Ook niet naar eer en geld-

Alleen een frisse blijde zin,

Daar is men op gesteld.

 

De leeuw’rik en de nachtegaal

Die zingen blij een lied

En hun gekweel wordt begeleid

Door ‘t fluis ‘trend riet.

 

Hier ligt een kleurig bloemtapijt,

Daar een gouden duinerand-

De golven vormen een fraai ballet

Langs heel het brede strand.

 

De zoel wind die fluistert zacht

Iets liefs in ieders oor…

Maar velen, ach, verstaan het niet,

Voor hen gaat veel teloor.

Doch wie gevoel voor ‘t schone heeft

Geniet daarvan  het meest

En neemt met dankbare vreugde deel

Aan ‘t blijde zomerfeest!

 

Annie De Hoog – Nooy

Vacantieliedje

Wat is vandaag de zomer mooi!

Ik ruik het lekker, geurig hooi

bijeengezet aan hopen.

De lucht maakt me zo wonderloom,

zo lekker lui, met wat gedroom…

de dag is mild en open.

‘t Is alles ijl; het loof hangt stil,

met eventjes wat bladgetril

waar een vogel zit te wiegen;

die zingt daar zo een wiegenlied

voor al die jongen, die nog niet,

het nest uit kunnen vliegen.

Ik lig hier maar zo stil wat neer,

en ik begeer vandaag niet meer,

dan zo te zijn: een dromer!

‘k Wil als het veulen in de wei

en met de vogels even blij

genieten van de zomer!

 

Ernst Groenevelt

Uit: Het klokkenspel 1952

Zomer

In de zomer rond te dwalen,

Door de bossen, in de heide,

Langs de akkers, over weiden,

Welk genot kan daarbij halen.

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

 

Alles lacht ons vriend’lijk tegen,

‘t Groen der bomen, pracht van bloemen,

Keur van vruchten, niet te noemen,

‘t Al schenkt ons een rijke zegen.

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

 

Frisse lucht en schone dreven,

Doen verheugd ons ademhalen,

Doen ons steeds het lied herhalen,

Van het heerlijk buitenleven.

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

Daarom zingen wij verblijd:

“Heil u, mooie zomertijd.”

G. Leenheer/J.C. Andreae

O, zomer

O, zomer, mooie zomer,

Wat geeft g’ ons toch veel pret !

‘k Speel heel de dag en droom er

Des nachts nog van in bed.

O zomer, o zomer, o zomer !

 

We dwalen langs de paden

Van ‘t koele schaduwwoud,

Daar glanst door d’ eikebladen

Zo warm uw zonnegoud.

O zomer, o zomer, o zomer !

 

Daar zien we ‘t beekje snellen

Door ‘t groen langs grint en kei,

Daar zweven de kapellen

Zo kleurig ons voorbij.

O zomer, o zomer, o zomer !

 

Och zomer, ‘k wou je vragen

Al blijf je soms eens weg:

Kom met vacantiedagen

Toch even over zeg.

O zomer, o zomer, o zomer !

T. van Buul/J.C. Andraea

Zomerversjes

Kamperen

Hoera ‘t is weer zomer! Kom jongens nu vlug

De tassen en de dekens weer op onze rug.

We zoeken een plekje heel ver op de hei,

Het liefst, als het kan, met een beekje erbij.

Je leeft ongedwongen, je maakt geen toilet,

Je slaapt op de grond als in het heerlijkste bed.

Je eet uit je vuistje je stapeltje brood,

Dineren dat doe je met een bord op je schoot.

Wat thuis niet zou smaken, daar smul je nu van

Zoals slechts een echte kampeerder dat kan  –

Je eet rauwe piepers en zegt: ‘Jo, wat fijn!’

Je lacht als de groente wat zanderig mocht zijn.

En gaat het soms regenen en wordt je drijfnat

Dan zeg je : ‘Ik verlangde juist erg naar een bad.’

Maar ‘s avonds dan is weer de hemel azuur

En maak je een kring om het knappende vuur.

Dan zing je je liedjes zo frank en zo vrij –

Je speelt mandoline of blokfluit er bij.

Dat maakt je dan stemmig en blij tegelijk,

Je waant je – je waant je ontzaggelijk rijk…

Kamperen – dat is toch het schoonste van al.

Je voelt je als een vorst en – ‘t kost niemendal !

 

Annie De Hoog-Nooy

Aan zee

 

 De hele kust van Holland langs,

daar is het water zout.

     En als het regent, waait of stormt.

     dan is het water koud.

     Maar ‘s zomers in de zonneschijn

     wie wil er dan aan zee niet zijn ?

     Dan lopen we de hele dag

     het water in en uit.

     We spelen met een fort van zand

     en met een klomp als schuit.

 

A. Romein Verschoor

Schelpen zoeken

 

Schelpen zoeken op het strand,

Kijk je vindt ze in het zand

Mooie schelpen groot en klein

Alle kleuren die er zijn

Vele schelpen in mijn handje

Kijk ik stop ze in mijn mandje

Op het strand

 

liggen zeven schelpen

nummer een is groen,

nummer twee is rood,

nummer drie is klein,

nummer vier is groot,

nummer vijf heeft ribbels

nummer zes heeft snibbels

nummer zeven is een vlug dingetje

en ze liggen met z’n allen in een kringetje.

De koning op vakantie

 

Gaat de koning op vakantie

fijn een dagje naar de zee

dan wil hij wel zijn eigen stoelen

en zijn eigen tafel mee.

En hij wil zijn eigen borden

zijn eigen pannen en zijn mok

zijn eigen vorken – eigen messen

en zijn eigen kippenhok.

Hij wil zelfs zijn eigen badje

en zijn eigen grote bed

daarom heeft men het paleis

maar op een vrachtwagen gezet.

 

Mama mia, gratis ijsjes !!

Italianen zochten al vroeg hun geluk buiten de grenzen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog verkochten ze hun ijs in Duitsland en Centraal Europa. Daarna verlegden zij hun werkterrein naar Nederland. Maar het duurde even voordat de Nederlanders warm liepen voor de koude lekkernij. Het is ongelooflijk, maar Nederlanders moesten ooit weinig hebben van ijs.

Na de Eerste Wereldoorlog (1914 -1918) kwamen de eerste Italiaanse ijsverkopers naar Nederland. Daar bleken ze hun zoete product niet te kunnen slijten. “Wat de boer niet kent, dat vreet ‘ie niet”, ging letterlijk op. Uiteindelijk besloten ze gratis hun ijs uit te delen. Dat hielp. De zuinige Nederlanders konden het gebaar waarderen en ontdekten zo dat ijs toch wel érg lekker was.

Klik op het plaatje

Om te vergroten

IJscokar 1932

Klik op het plaatje

Om te vergroten

IJscokar Jamin

Veel grondstoffen waren na de Eerste Wereldoorlog in Nederland op rantsoen. De concurrentie was hevig en de prijzen waren laag. Om kosten te besparen gingen in diverse steden banketbakkers ertoe over zich te verenigen in zogenaamde “ijscompagnieën”. Ze kochten de ingrediënten gezamenlijk in en het ijs werd op een centrale plaats vervaardigd. Op die manier konden de toegewezen rantsoenen beter worden benut. De eerste ijscompagnie werd in 1916 opgericht in Utrecht. Andere steden volgden. De ijsverkopers werden ijscomannen bij wie je een ijsco (afkorting van ijscompagnie) kocht.

Klik op het plaatje

Om te vergroten

Kort na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werd een ijsje halen zelfs de populairste vorm van buitenshuis eten. De grondstoffen waren nog op de bon, waardoor een geliefde ijssalon als De Lorenzo in Utrecht maar een half uur per dag open kon.  Het was er dan zo druk dat een portier de klanten in bedwang moest houden.

Veel ijscomannen deden dit werk in de zomer als bijverdienste. Ze maakten het ijs bijvoorbeeld klaar in schuurtje. Als kind ging je dan steeds vragen wanneer er ijs zou zijn. Zodra het moment daar was snelde je er op af met bijvoorbeeld 5 cent in je knuistjes.

De ijsman

O kijk ! daar komt de ijsman aan,
De ijsman van de buurt,
Die ied’ren dag geregeld komt,
Zoolang de zomer duurt.
Zeg, hij heeft lekk’re wafels,
Van drie, van vijf, van tien,
En verder groote bekers,
Met slagroom bovendien.
Heel langzaam komt hij nader,
Hij trekt eens aan de bel,
En roept dan: “IJS MET SLAGROOM”
Die(n) roep, die(n) ken je wel !

De ijsman blijft in onze straat,
Heel vaak een tijdje staan.
Hij weet wel waar z’n klanten zijn,
Ziet heusch z’n menschen aan.
Z’n wafels moet je proeven,
Die groote… die van tien?
Met zóó dik ijs ertusschen
Een pond wel haast misschien.
Hij blijft op ‘t hoekje wachten,
Hij trekt eens aan de bel,
En roept dan: “IJS MET SLAGROOM”
Die(n) roep, die(n) ken je wel !

O kijk! daar gaat de ijsman weer,
Een and’re straat nu in.
Wij allen hebben ijs gehad,
En dat was naar ons zin!
In d’and’re straat zijn kind’ren,
Die nu aan ‘t smullen gaan,
Want ‘t heerlijk ijs met slagroom,
Trekt alle kind’ren aan.
Heel langzaam gaat hij verder,
Hij trekt eens aan de bel,
En roept dan: “IJS MET SLAGROOM”
Die(n) roep, die(n) ken je wel !

Zomerspreuken

Is de zomeravond mistig, dan is het weer met zijn gaven kwistig
 Vroege zomer, kwaad gewas
Als de nachten gaan lengen, begint de hitte te strengen
Houdt de wind uit het noorden aan, zij zal de grasgroei tegengaan
‘s Nachts regen, daags zon, vult schuur, zak en ton
‘s Avonds speelt de zoelte, ‘s morgens is er koelte
Een kring om de zon brengt water in de ton
Geen zomer zonder buien
Na onweer volgt het schoonste weer
De zomer is een slaaf en de winter een heer; de laatste wil zien wat de eerste gewonnen heeft
Als de zon zo bleek schijnt, wil ‘t gemeenlijk regenen
‘t is niet overal zomer, waar de zonne schijnt   
Als het regent en de zon schijnt, bakken de heksen pannekoeken
 Als men van de zon spreekt, ziet men haar stralen
De een heeft de zon mede, de ander tegen
Na donker weer breekt de zon door
Lichtmis vroeg de zon aan den toren, dan gaat al het vlas verloren
 De zon in den oost bedriegt de meisjes in den hof
Blinkende zonne en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen
Komen de vissen naar boven, dan is er mooi weer te beloven
Schitteren de sterren opvallend helder, kondigen deze mooi weer aan
In de zomer oostenwind en avondrood, leggen de warmte bloot
Als in de zomer de mieren hoge hopen opwerpen, volgt er een natte en koude herfst
Wie ‘s zomers vergaart, die ‘s winters welvaart
De winter en de zomer zijn niet even goed: De zomer moet winnen wat de winter zal verteren
Een warme zomer, een strenge winter
Als voor het laatst de koekoek roept, is de zomer weer versnoept

Zomer spreekwoorden

Eén zwaluw maakt nog geen zomer = Een enkel gunstig feit mag men niet veralgemenen
Het is hartje zomer = Het is in het midden, het warmste deel van de zomer
De zomer in je bol hebben = Erg vrolijk en uitgelaten zijn
Een oude wijvenzomer = Een zomer met veel regen
Altijd zonneschijn schept een woestijn = Door tegenslag kan de mens geestelijk groeien
Hij/ zij is het zonnetje in huis = Iemand die vreugde brengt
Achter de wolken schijnt de zon = Er komt altijd weer een voorspoediger tijd
Hij kan de zon niet in het water zien schijnen = Hij is jaloers
 Na regen komt zonneschijn = Na tegenslag komt er altijd weer een periode van voorspoed
Het leven van de zonnige kant bekijken = Optimistisch zijn
Wie boter op zijn hoofd heeft moet uit de zon blijven = Heb je geen zuiver geweten, stel je dan niet bloot aan kritiek
Men moet hooien als de zon schijnt = Men moet van de gelegenheid gebruik maken

Bron: Prisma spreekwoordenboek

Howdy,
Buy Premium Version to add more powerful tools to this place. https://wpclever.net/downloads/wp-admin-smart-search
X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten