
De kleine Njonja,
Liep langs de Kali,
Daar zag ze komen haar geliefde,
En uit de verte klonk over ’t water
Zijn blijde roep: ‘Ik hou van jou’.
Hei, hei!
Hei, hei!
Meisjelief, je bent van mij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Meisjelief, je bent van mij!
Dan had je op dezelfde melodie ook nog andere versies n.a.v. de overeenkomst, gemaakt op de internationale conferentie te Londen, om oorlogsmisdadigers – waar ook ter wereld – uit te leveren.
De kleine Anton
Vluchtte naar Rome,
Hij dacht: Hier ben ik lekker uit de kou,
Maar hij werd toch bij z’n kraag genomen.
Heel Nederland zong: Nou hebben we jou.
Hei, hei!
Hei, hei!
Toontje-lief, je bent erbij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Toontje-lief, je bent erbij!
En Van Genechten
Zat van angst te zweten
Ergens in Spanje of in Portugal.
Geen mens dan hij, kon ’t beter weten,
De rechter grijpt je overal.
Hei, hei!
Hei, hei!
Vriendjelief, je bent erbij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Vriendjelief, je bent erbij!
Maxje Blokzijl
Had zich verscholen
Bij z’n geliefde Berlijn in Lübbenau.
Maar Max d’r is één brandende kwestie
Nog eerst te regelen met jou.
Hei, hei!
Hei, hei!
Lieg-archief, je bent erbij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Lieg-archief, je bent erbij!
Ook kameraad Roskam
Vluchtte naar buiten
Ging naar Zuid- Afrika als hereboer.
Dat reisje kostte nog heel wat duiten,
Maar gratis kwam hij weer retour.
Hei, hei!
Hei, hei!
Koeiendief, je bent erbij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Koeiendief, je bent erbij!
En Rost van Tonningen
Ging ‘still und leise’
En nam het ouwe pontje van ’t Rokin.
Maar Rost behoefde niet ver te reizen,
Hij ging het Binnengasthuis in.
Hei, hei!
Hei, hei!
Duitendief, je bent erbij!
Hei, hei!
Hei, hei!
Duitendief, je bent erbij!