
Ik ken geen schooner bloem op aarde,
dan de lelie in haar pracht
Haar schitt’rend schoon verhoogt de waarde
bij het sneeuwwit, rein en zacht.
Trots en statig is haar leven,
vooral wanneer uw oog haar ziet
Schooner als de schoonste lelie,
is het klein ‘vergeet mij niet’.
Kent gij de roos de koningin der bloemen,
liefelijk, zacht en rein van geur?
Haar schitt’rend schoon blijf ik steeds roemen,
fraai van vorm en fraai van kleur.
Maar met al die pracht omgeven,
schuilt de doorn steeds in ’t verschiet.
Schoner dan de schoonste rozen,
is het klein ‘vergeet mij niet’.
Ziet gij ginds die vlinders fladderen,
om het viooltje zacht en fijn.
Met fluweelen kleed omgeven
prijkt zij nederig en fijn.
Geuren doen haar niet beminnen
maar wanneer uw oog haar ziet,
schooner dan het schoonste viooltje,
is het klein ‘vergeet mij niet’.
‘Vergeet mij niet’ is het woord der liefde.
‘Vergeet mij niet’ houdt immer stand.
‘Vergeet mij niet’ zal eeuwig duren.
‘Vergeet mij niet’ aan hemels land
laat boven ons de stormwind loeien,
slingeren, buigen als het riet
Dat gij vrienden zoo mag leven,
als het klein ‘vergeet mij niet’.