Home / Versjes / De zeepbel

De zeepbel

Jaartal: Onbekend.
Met dank aan T. Hoekman-schoonderwoerd voor het insturen van de tekst

zeepbel

Er was eens een kabouterman,
het ventje heette San
Hij wou gaan vliegen in de lucht
en daarom zei hij met een zucht,
Ach, had ik vleugels an,
ach had ik vleugels an.

Maar… op zekere dag viel iets hem in
Kaboutertjes zijn niet te min.
Hij vond op straat een groot pak zeep
Nu maak ik zeepsop zei hij leep
En blaas er bellen in
en blaas er bellen in.

Toen maakte hij een réuzebel
Een huis, nee groter wel!
Daar kroop de vent voorzichtig in
Hij zat er fijntjes naar zijn zin
En toen begon het spel,
de wind blies het ventje huizenhoog,
maar San zat hoog en droog,

Een huis, een kerk, die molen daar,
het leken kleine steentjes maar.
Maar San wou éens zo hoog,
maar San wou éens zo hoog!

De wolken in en weer er uit,
dát gaat zei onze guit
Maar wat ziet San daar boven staan,
ach gut, het is de halve maan
Wat trekt die een rare snuit,
wat trekt die een rare snuit!

Nou kijk maar niet zo vuil, fameus,
Ik lach en maak een neus
Zeg lampenkap, daar kom ik aan
Gelief eens uit de weg te gaan
Met je vergulde neus,
met je vergulde neus!

Toen werd de maan eerst gloeiend kwaad,
O, wee ‘t is al te laat!
Hij steekt zijn tong in San z’n bel
en nu, de rest dat raad je wel,
Die springt en Sanne gaat,
die springt en Sanne gaat…

omlaag weer door de wolken terug
Klets! Juist daar bij de brug,
in het water, plons! En San owee,
wil nimmer meer met bellen mee
De maan is hem te vlug,
de maan is hem te vlug!



Mijn moeder droeg dit (en nog veel meer versjes) aan haar kinderen voor, wanneer we naar bed gingen. Mooie herinneringen, van 70 jaar geleden!