
Het was de tiende mei – heel vroeg en nog niet licht
Ik zat reeds in de keuken te studeren
Bij ’t aanrecht stond mijn vader zich te scheren
– Ik hoorde ’t krassen van het mes op zijn gezicht-
Zwetend doorkliefde ik een middeleeuws gedicht
-Mijn vader zat inmiddels in de kleren,
Begon voor mij een boterham te smeren –
De radio stond aan en toen kwam het bericht:
We zijn in oorlog – onze oosterburen
Willen met grof geweld ons land besturen,
Het koninklijk gezin is reeds gevlucht.
Ik keek mijn vader aan – hij stond verslagen,
In de verwachting dat ik iets zou vragen.
Misschien, zei hij, is het maar een gerucht.