
Dat heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht het niet langer.
Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het ’s winters met, driemaal in de week,
Lidmatencatchechisatie.
Ik bezweer u, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
Dat een hart er wel van mocht breken.