
Thans keer ik weer: mijn God heeft mij vergeven,
En Zijn genade wreekt de wegen niet,
Waarlangs ik zwierf bij spel en ijdel lied,
Zijn liefde doet mijn stervend hart herleven.
En als gij vraagt: hoe weet gij Zijn genaden,
Wie zeide u zeker, dat Hij u vergaf
Al ijdel dwalend langs zingende paden
Bevreesd voor aardse noch hemelse straf,
Dan antwoord ik: