
Met zijn drieën hebben
zij den weg gezocht
Met zijn drieën deden
ze den groten tocht
Met zijn drieën deelden
zij het lucht gevaar
Met zijn drieën speelden
ze het zaakje klaar
Met zijn drieën hoorden
zij het groot “Hoera”
Met zijn drieën stonden
ze in Batavia
Met zij drieën zijn ze
officieel geëerd
Met zijn drieën werden
ze gedecoreerd.
Nummer een werd Ridder
d’ander Officier
Maar zie van den derde
snappen we geen zier
Hij kreeg een medalje
Hoe of dat zo kon?
Hij heette Van den Broeke
en niet “Du Pantalon”.
Uit: De Drie Meren 29 november 1924.
Mijn opa Clinge Doorenbos schreef dit gedicht naar aanleiding van de de oversteek naar Batavia. Op 24 november 1924 werd er voor het eerst met een vliegtuig naar Batavia gevlogen. De drie bemanningsleden waren gezagvoerder A.J.N. Thomassen a Theussink van der Hoop, de tweede piloot H. van Weerden Poelman en werktuigkundige Van den Broeke. Zij ontvingen ieder een onderscheiding, maar niet allemaal dezelfde, wat Clinge Doorenbos niet terecht vond. Het gedicht werd gepubliceerd in de krant De Drie Meren van 29 november 1924. Later werd Van den Broeke alsnog geridderd. Een artikel daarover stond in het weekblad van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie van 22 oktober 1964 (pagina 7).