Ouders waarderen het meedenken niet altijd
Uit het onderzoek blijkt dat 43,8% van de ouders het prettig vindt wanneer opa en oma meedenken over de opvoeding van hun kind. Daar staat tegenover dat 31,1% aangeeft dat grootouders zich ook bezighouden met onderwerpen waar de ouders die bemoeienis juist niet prettig vinden.
De onderwerpen waarover grootouders hun mening geven, kunnen behoorlijk uiteenlopen. Het gaat bijvoorbeeld om de keuze van een babynaam, de religieuze of culturele opvoeding, de leefstijl van het gezin en de manier waarop geld wordt uitgegeven. Ook kleding en uiterlijk, vakanties, medische beslissingen en voeding kunnen aanleiding zijn voor advies of bemoeienis.
Dat hoeft overigens niet te betekenen dat grootouders en ouders het voortdurend oneens zijn. Het kan goed zijn dat ouders de betrokkenheid bij het ene onderwerp waarderen, maar een mening over een ander onderwerp liever voor zichzelf houden.
Verschillen tussen provincies
Hoe ouders de betrokkenheid van opa en oma ervaren, verschilt per provincie. In Groningen (61,4%) en Flevoland (57,1%) geeft een relatief groot deel van de respondenten aan het meedenken van grootouders prettig te vinden.
In Limburg ligt dat anders. Daar geeft 40,0% aan de bemoeienis van opa en/of oma juist niet te kunnen waarderen.
Opvallend is dat Groningen in beide categorieën hoog scoort. Daar geeft 61,4% aan het meedenken prettig te vinden, terwijl tegelijkertijd 46,2% rapporteert dat opa of oma zich ook met zaken bemoeit die de ouders liever zelf bepalen. Dat laat zien dat de twee uitkomsten naast elkaar kunnen bestaan: de betrokkenheid kan op het ene gebied welkom zijn en op een ander gebied minder gewenst.
Bijna alle grootouders helpen op de een of andere manier
De rol van grootouders gaat natuurlijk verder dan alleen hun mening geven. Zij bieden ouders op allerlei manieren praktische en emotionele steun.
Denk aan oppassen, boodschappen doen, financiële hulp, spullen kopen of uitlenen, advies geven of een luisterend oor bieden. Ook helpen grootouders bij vervoer, ziekte of onverwachte situaties en met klusjes in en om het huis.
Dat grootouders een rol spelen, blijkt duidelijk uit de cijfers: 96,5% van de ondervraagde ouders krijgt op één of meer manieren hulp van opa en/of oma. Slechts 3,5% ontvangt helemaal geen hulp.
Toch zou niet iedere ouder meer hulp willen. 74,3% geeft aan op geen enkel gebied behoefte te hebben aan extra hulp. Tegelijkertijd zou 25,7%, dus ruim één op de vier ouders, juist graag meer hulp krijgen of hulp op meer gebieden ontvangen.
De behoefte aan extra hulp verschilt opnieuw per provincie. In Flevoland (42,9%) en Limburg (40,0%) is die behoefte het grootst.