
Op zeek’ren dag trok met stafmuziek
een jong off’cier naar de garde
Hij had nog illusies en stond daar zoo slank
op zijn kêpie* een gouden kokarde*.
Naast hem stond moeder
trotsch op haar zoon
en hield haar tranen bedwongen.
schonk hem een heel oud medaillon
en ze sprak tot hare jongen:
[Refrein:]
Adieu, mijn kleine gardeofficier,
Adieu, adieu
en vergeet mij niet en vergeet mij niet.
Adieu, mijn kleine gardeofficier
Adieu, adieu.
Zij ’t geluk met jou, zij ’t geluk met jou!
Sta maar recht mijn jongen
Ongedwongen.
Lach de heelen dag
wat immer gebeuren ook mag!
Stel maar steeds je zorgen
uit tot morgen.
Tateteratata!
De zorg laat je anderen na!
Adieu, mijn kleine gardeofficier,
Adieu, adieu
en vergeet mij niet en vergeet mij niet.
Maar op zeek’ren dag toen
dat had geen mens kunnen dromen
Men stuurde alle soldaten naar huis
de wereldvree was gekomen
De ouwe garde een laatste maal
stond aangedreven te wachten
Nu sprak de ouwe generaal
om het leed wat te verzachten
[Refrein, muzikaal tot:]
Sta maar recht m’n jongen
Ongedwongen.
Lach de heelen dag
wat immer gebeuren ook mag!
Stel maar steeds je zorgen
uit tot morgen.
Tateteratata!
De zorg laat je anderen na!
Adieu, mijn kleine gardeofficier,
Adieu, adieu,
en vergeet mij niet en vergeet mij niet.
Adieu, adieu
mijn kleine gardeofficier.
—————
*Kepie = een militaire pet met een platte bovenkant en een klep. In oude uniformen droegen officieren en soldaten vaak zo’n kepie.
*Kokarde = een rozet of versiering op een hoed, pet of uniform, meestal in bepaalde kleuren. Een kokarde kon laten zien bij welk land, legeronderdeel of politieke groep iemand hoorde.
Beluister dit liedje op YouTube, gezongen door Kees Pruis.