
Refrein:
Want je hebt toch van mij niets te vrezen.
Al doet m’n hart nog zo’n pijn.
Maar als ik je zon niet mag wezen.
Mag ik er je schaduw dan zijn.
Ik kan nog maar steeds niet begrijpen.
Dat jij toch zo wreed van mij bent weg gegaan.
En zeg het je eerlijk ik hou toch zo van je.
En voel dat ik zonder jouw niet kan bestaan.
Ik wil je niet storen maar wou je iets vragen.
En antwoord dan ook bedenk ik ben mens.
En leef dan met haar maar weer verder gelukkig.
Doch smeek ik voldoe aan een enkele wens.
Refrein
Ik stopte vanmorgen om anders te denken.
Een paar ouwe sokken met kleurige ruit.
En deed net of eender of als het de tijd was.
Toen jij me nog noemde je eeuwige bruid.
En toen ik in de kast waar ik je kleren zou hangen.
M’n bruidskleed met sluier weer zag naast jouw jas.
Kwam weer die herinnering uit vroegere dagen.
Toen ik er voor jouw nog het zonnetje was
Refrein