
Dame wilt U met me dansen (jongens)
Graag meneer (meisjes)
Of wilt U nog even rusten? (jongens)
Dank U zeer (meisjes)
Oef wat is het vrees’lijk warm (meisjes)
Kom juffrouw (jongens)
Kijk eens maar m’n nieuwe schoentjes (meisjes)
Zijn wat nauw (meisjes)
Trek ze uit en wil ik U helpen (jongens)
Zou dat gaan? (meisjes)
In dat hoekje niemand ziet het (samen)
Oeps gedaan (samen)
Zwieren, zwieren in de rondte (samen)
Licht en vlug (samen)
Hippen op de kousenvoetjes (samen)
Heen en terug (samen)
Dame kijk eens naar Uw voetjes (jongens)
Was ’s dat? (samen)
In de kousenteen een reuze gat! (samen)