
Er kwam laatst in een bloemenzaak ’n vlotte jongeman,
Hij keek eerst een ogenblikje rond
En zei toen, met zijn vinger wijzend naar een stenen kan
Waarin een aantal rode rozen stond:
Refrein:
Mag ik een bos rozen voor een lief meisje
‘k Had met haar een ruzietje om niets.
Ze is een beetje koppig en boos op mij,
Zoiets leg je ’t beste met wat bloemen bij.
Vandaar die bos rozen voor een lief meisje,
Waarop ik m’n zinnen heb gezet.
Ik hou ’t nog even stil, maar als ’t een beetje wil,
Volgt op die rozen gauw een bruidsbouquet.