
Een roze, fris ontloken,
Uit teren wortel kwam,
Want d’oudheid had gesproken:
‘Hij bloeit uit Jesses’s stam.’
Die heeft een bloem gebracht,
Al in den kouden winter,
Temidden van den nacht.
Die bloem, zo klein en teder,
Met haren geur zo zoet,
Brengt ons de zonne weder,
Die ’t duister wijken doet.
O Jezus, mens en God,
Bij U is wel geborgen
Ons aards en eeuwig lot.