
Te zwoegen en te streven
Met al de krachten mans,
Dàt is het zout van ’t leven,
Dat vlecht den boer een krans!
Heil, die zijn brood mag eten,
Door eerlijk zweet gewijd,
En heeft slechts dank te weten
Aan God en eigen vlijt!
En heeft slechts dank te weten
Aan God en eigen vlijt!
Een rijkdom is verborgen
In ’t eerlijk boeren-werk,
En knellen soms de zorgen,
Des Heeren troost maakt sterk!
Wil Hij Zijn zegen geven,
Het arbeidszweet gedijt;
Het boeren-werk blijft leven
Door God en eigen vlijt!
Het boeren-werk blijft leven
Door God en eigen vlijt!
Laat blij uw lied’ren loven
Den Schepper van omhoog,
Zing uit in veld en hoven,
Wat uwe borst bewoog!
Bij ’t oogsten en het bouwen,
In ieder jaargetijd’,
Blijv’ ongeschokt ’t vertrouwen
Op God en eigen vlijt!
Blijv’ ongeschokt ’t vertrouwen
Op God en eigen vlijt!