
Ik mocht, liefde geven
en meer kon ik niet doen
want je moet zelf leven
“Ik weet het”, zei je toen
Maar ik wou je niet verliezen
ik weet niet wat jij doet
maar ik heb jou wel met zorg goed opgevoed
Jij vindt altijd wel iets
waarin ik heb gefaald
en jij vond het gauw niets
Je bent voor mij verdwaald
Maar ik wou je niet verliezen
ik weet niet wat jij doet
maar ik heb jou wel met zorg, goed opgevoed
Je laat niets meer horen, vele maanden lang
Ik mag jou niet storen het doet zeer, ’t maakt mij bang
En het kan jou niets schelen wat het ook toch zou zijn
Kan jij dan geen liefde delen? Je doet een ander pijn
Maar mocht jij jouw weg wel vinden, komt het misschien ooit goed
maar ik heb jou wel met zorg, goed opgevoed.
[eventueel de laatste 2 regels herhalen]