
Jij kan niet trouw zijn, nee, nee dat kan jij niet
je houdt van mij alleen zolang je me ziet.
Jouw hart dat lijkt wel zo’n grote autobus
met 30 plaatsen en nog 15 aan de lus.
Ik hou zo van Karel, hij stal er m’n hart.
Ik ben als ’n vis in z’n netten verward.
Hij noemt bij z’n liefste, z’n enige schat
en zegt dat hij nimmer zo lief heeft gehad.
Maar ik weet wel beter, hoe zeer het mij ook spijt
en zucht dan naar Karel “dat zeg je altijd”.
Jij kan niet trouw zijn, nee, nee dat kan jij niet
je houdt van mij alleen zolang je me ziet.
Jouw hart dat lijkt wel zo’n grote autobus
met 30 plaatsen en nog 15 aan de lus.
Jij kan niet trouw zijn, nee, nee dat kan jij niet
je houdt van mij alleen zolang je me ziet.