
Nu breekt uit alle twijgen
Het frisse jonge groen
De leeuweriken stijgen
De hemel tegemoet, de hemel tegemoet
En juichend klinkt op blijde toon
Natuur wat ben je wonderschoon
In Mei~ei~ei~ei~je in Mei~ei~je
In Mei~ei~ei~ei~je in Mei~ei~je
En als de knoppen springen
Ontwaakt het gans heelal
De vogels gaan weer zingen
De beek ruist in het dal, de beek ruist in het dal
En klat’rend klinkt op luide toon
Natuur wat ben je wonderschoon
In Mei~ei~ei~ei~je in Mei~ei~je
In Mei~ei~ei~ei~je in Mei~ei~je