
Vaart van de haven de vissersvloot uit,
Brengen de vrouwen hun man naar de schuit.
In ’t kleine kerkje knielen zij neer,
Voor een gebedje: ‘Geef hem goed weer!”
Refrein:
O, Stella Maris, Sterre der zee,
Berscherm de zeeman,
Verhoor onze bêe.
Als op de baren,
De stormen loeien,
Wil hem dan sparen,
Sterre der zee.
Zijn in een stormnacht de schepen nog uit,
Wordt in het kerkje de noodklok geluid.
Angstige vrouwen horen die stem,
Wekken de kinderen, bidden voor hem:
Refrein