
Daar rijdt hij de stad door,
op ’t prachtigst gekleed.
Zijn knecht draagt de geldkist.
O, zie hoe hij zweet.
Het regent er bloemen,
elk jubelt en juicht,
terwijl zich Sint Nicolaas
op ’t vriendelijkst buigt.
Één echter verschuilt zich,
en tracht hem te ontvliên,
’t Is Willem, een domoor,
maar ’t wordt snel gezien.
Sinterklaas met stoute kinderen. Schenkman, 1850.