
Morgen dan komt Sint Niclaas;
‘k Wacht op zijn presenten.
Wat toch brengt hij mij dees keer?
Sabel, degen en geweer,
noach met zijn arke weer
of een boek vol prenten?
Morgen dan komt Sint Niclaas
met zijn pak beladen
Wat heeft hij daarin voor mij:
vestingspel of batterij?
Handboog met een pijl er bij?
Och, dat ik ’t kon raden!
Morgen, dan komt Sint Niclaas,
Maar… niet te nieuwsgierig!
Jongen, denk toch om je schoei!
Zeg eens, hoe leek jou dat toe,
kreeg je morgen ‘reis een roe?
Was dat wel plezierig?