| Type: | versje |
Ik zoek een gedicht dat mijn moeder vaak voordroeg over Lientje en Jan. Het gedicht begint met:
Lientje was een aardig meisje.
Lientje was pas zestien jaar.
Lientje had geen pagekopje,
Lien had lang en gitzwart haar.
Lien droeg mooie zijden kousjes
en een manteltje van bont ….
De rest van het couplet weet ik niet meer. Daarna komt een couplet over Jan:
Jan dat was een stoere jongen,
één der eersten van de klas,
die bij voetbal en bij tennis….
In het gedicht wordt Jan verliefd op Lientje en vraagt uiteindelijk om een lokje van haar haar.
Het gedicht eindigt dat Lien hem een plukje haar van de hond geeft. De laatste zin luidt: En toen liep hij weg van dat akelige wicht.
Wie kan me helpen aan de volledige tekst van dit gedicht?