
De olifant Amalia
Zingt in het woud een aria.
Ze tettert in het avondlicht
En knijpt verrukt haar ogen dicht.
Waar alle apen roepen: “Wel,
Wat krijst die olifant weer schel!
Wat doen we met Amalia
En met haar nare aria?
We gooien noten naar haar kop,
Dan houdt dat zingen vast wel op.”
Daar smijten ze, pats, noot na noot;
En lachen stiekem in hun poot.
Maar hoor, wat roept Amalia?
Een kokosnootbombaria!
‘Het zal me smaken. Dank je wel.
Een zangeres is hier in tel.
Dat het zó mooi was, wist ik niet.
’t Is heerlijk”, zegt Amalia.
“ Ik zing morgen weer een aria.”