
Zeg, vogeltje, zeg, waarom schuil je nu weg
en gluur je zo door het gebladert’?
Zeg, ben je nu bang en staak je ’t gezang
Nu een mens je zo dicht is genaderd?
Ik zie je wel doen in je huisje van groen,
Als moest je de dag nog beginnen.
Je gordijnen zijn stuk. Kijk, als ik me buk
Dan zie ik zo vrij bij je binnen.
Je twinkelt je lied of niemand je ziet
En pluist wat met takjes en veertjes.
Ik versta je toch wel, ’t is het eeuwige spel
Van lachjes en kusjes en …. kleertjes.