Welke sport kiest u?
Als u besluit meer te gaan sporten, komt de vraag welke sport u dan gaat doen. Om dit te bepalen kunt u zich een aantal vragen stellen:
- Wil ik bij een vereniging sporten?
- Wil ik alleen of met een groep sporten?
- Hoe vaak per week wil ik gaan sporten?
- Wil ik op vaste momenten sporten of moet ik daar flexibel in zijn?
- Is er een sport die ik al eens heb gedaan en erg leuk vond?
- Wil ik een nieuwe sport leren?
- Wil ik graag binnen of liever buiten sporten?
- Wil ik ook wedstrijden gaan doen?
Door hierover na te denken, krijgt u al snel een beeld van wat voor sport bij u past. Bij veel sportverenigingen mag u een of enkele keren (gratis) meedoen om te kijken of u het leuk vindt. U kunt natuurlijk ook altijd bij trainingen gaan kijken. Als u het liefste op alleen gaat sporten, bijvoorbeeld hardlopen of fietsen, dan kunt u dat natuurlijk altijd uit gaan proberen. U kunt bijvoorbeeld een maand lang gaan hardlopen en daarna een maand lang gaan fietsen en dan kijken wat u het beste bevalt.
De oefeningen die u kunt doen
Als u besluit naar een sportschool te gaan, vraagt u zich misschien af wat u daar precies moet doen. Het is belangrijk dat u voor uzelf een klein schema opstelt waar u zich aan kunt houden. Zodat u niet lukraak op een paar apparaten gaat zitten om maar wat te doen. Vaak kunnen ze u bij een sportschool helpen om zo’n schema te maken. U kunt bijvoorbeeld beginnen met bepaalde spiergroepen in uw lichaam. Wanneer u bijvoorbeeld begint met uw benen, kunt u hier oefeningen voor opzoeken. Dan moet u bepalen hoeveel sets u kan doen en met hoeveel gewicht. Begin rustig aan om te kijken hoe uw lichaam reageert en bouw het aantal sets en gewicht geleidelijk op. Gaat dat goed? Probeer dan uzelf uit te dagen om net iets meer te doen dan u denkt te kunnen. Wanneer u bezig bent en u denkt dat u niet meer kunt, probeer er dan nog twee. Zo kunt u uw grenzen verleggen. Naast uw benen kunt u ook een workout doen voor uw buik-, arm-, rug- en schouderspieren. U kunt ook diverse spiergroepen combineren en van alles een of enkele oefeningen doen. Zo traint u uw hele lichaam. Als u dit combineert met een goede cardio (bijvoorbeeld op de loopband, hometrainer of roeimachine) zorgt ervoor dat u veel spiergroepen traint verspreid over bijvoorbeeld een hele week.
Warming up en cooling down
Voordat u begint met een training is het belangrijk om eerst te zorgen dat de spieren warm worden. Daarna is het goed om te stretchen (het rekken van de spieren) om blessures te voorkomen. Het opwarmen van de spieren is essentieel om bijvoorbeeld pijnlijke scheuren in uw spieren of pezen te voorkomen. Ook na de training is het belangrijk om het lichaam weer langzaam te laten afkoelen. Door rustig uw hartslag naar beneden te brengen en weer wat rekoefeningen te doen, verkleint u de kans op spierpijn.