
Vrienden gaat uw krachten wijden,
Schaart U allen zij aan zij,
Om voor ’t Staatspensioen te strijden,
Voor de Oudjes, die zoo lijden,
Die hun plichten
Steeds verrichten,
Tot het heil der Maatschappij.
Die hun plichten
Steeds verrichten,
Tot het heil der Maatschappij.
Arm en oud, gesloopt de krachten,
Dat is vaak des werkmans deel,
Steun nog hulp kan hij verwachten,
Niemand gaat zijn leed verzachten,
Zwak en hulploos,
Dak en broodloos,
Is hij overal te veel.
Zwak en hulploos,
Dak en broodloos,
Is hij overal te veel.
Kent gij dat nog steeds gedoogen?
Gij, mijn volk van Nederland?
Dat vol fierheid, opgetogen,
Op uw rechtsgevoel blijft bogen,
En vol blijheid,
Roemt op vrijheid,
En op welstand in uw land.
En vol blijheid,
Roemt op vrijheid,
En op welstand in uw land.