
Het leven had niets meer te bieden
Aan de oudjes van zeventig jaar.
Raakten steeds minder valide
Konden niet buiten elkaar.
Hadden verzorging zo nodig
Wat moest er worden gedaan.
Naar het tehuis van ouden van dagen
Zijn ze toen samen gegaan.
Refrein:
In het tehuis van ouden van dagen
Wordt alleen het verleden bewaard.
In het tehuis van ouden van dagen
Hun laatste tehuis hier op aard.
Kinderen waren getrouwd al
Hadden hun eigen gezin.
Toch vroegen zij aan de oudjes
Kom maar gerust bij ons in.
’t Was goed bedoeld maar zij waren
Liever maar niemand tot last.
Opdat de jeugd dat is vaak gebleken
Niet bij de ouderdom past.
Refrein
En op een sombere morgen
Zijn ze uit hun huisje gegaan.
Hebben wat schamele spullen
In een valiesje gedaan.
Moeder we gaan sprak de oude
Pakte haar arm en zei: ‘Kom.’
Maar op de hoek van de straat keken beiden
Huilend voor ’t laatst nog eens om.
Refrein