
Moesje zat in ’t schemeruurtje
Met klein Jantje op haar schoot
Kleine Jan is nu nog klein hè, maar eens wordt klein Jantje groot.
Dan hoeft U niet meer te werken in die nare wasserij.
Ied’re zaterdag krijgt moesje zo’n hoop guldens dan van mij.
Refrein:
Als Jantje groot is gaat hij geld verdienen
En weet U wat ik met die centjes doe
Ik leg ze allemaal voor U op tafel
Want al dat geld is voor mijn lieve moe.
Jantje kreeg vaak pracht rapportjes
Meester zei, wat leert hij goed.
Maar hoe zwaar of moesjes strijd was heeft ons Jantje nooit vermoed.
En als zij vermoeid te bed lag, putte zij weer nieuwe kracht.
Uit de liefde voor haar jongen, in haar droom hoorde zij zacht.
Refrein
Bij de ontvangst van ’t eerste maandgeld
Was zijn vreugde oh zo groot.
Tot er plots een telegram kwam, Jan je moedertje is dood.
Schielijk ging hij naar haar woning met zijn hart vol droefenis,
Legde ie het eerste geld op tafel, ’t was voor haar begrafenis.
Refrein (droevig gezongen)