
Toen ik nog jong was en nog niet getrouwd was,
Oh wat een dame was ik toen,
Toen droeg ik ringetjes aan mijn vingertjes,
Hoge hakken aan mijn schoen,
Hoge hakken aan mijn schoen.
Maar nu ik oud ben en reeds lang getrouwd ben,
Oh wat zie ik er nu uit,
Nu heb ik gaten in mijn kousen,
Nog groter dan mijn vuist,
Nog groter dan mijn vuist.