
Des zondags op het voetbalveld, voordat het spel begint,
Weet ieder supporter dat zijn club de wedstrijd wint.
Of ’t regent, stormt of sneeuwt, ze zijn altijd present,
Ze laten alles in de steek voor ’t sportevenement.
[Refrein:]
‘We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal!’
Brult het hele voetballegioen.
‘We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal!’
’t Zijn de doelpunten die ’t hem doen.
De middenvoor die geeft een knoert,
Waardoor de keeper wordt gevloerd.
Valt met bal en al in ’t net
En kijkt nu heel ontzet.
‘We willen een goal, we willen een goal, we willen een goal, we willen een goal!’
Van je een, twee, ja, hij zit, een goal.
De beste stuurlui aan de kant, alweer de grootste mond.
Die spil, dat is een prutser, speel die bal toch langs de grond.
Ze weten alles van free-kick, penaltie en off-side
En tonen graag aan iedereen hun voetbalkundigheid.
[Refrein]
De stemming langs de lijn geeft de spelers goede moed,
Ze weren zich als leeuwen en ze vechten heel verwoed.
Maar ook zit de spelers het geluk niet altijd mee,
Toch kennen ze het lesje van het voetbal-ABC.
[Refrein]