
Zonnetje, waar blijf je toch?
‘k Wou je even spreken
Zeg je hebt een hele week
Niet door ’t raam gekeken.
Zonnetje waar blijf je nou?
‘k Vind je wel een beetje flauw.
Zonnetje, toe zonnetje,
‘k Moet je heusch wat vragen,
Moeder is zoo ziek, zoo ziek,
Al verscheiden dagen.
Als jij eens om ’t hoekje keek,
Was ze stellig niet zo bleek.
Zonnetje, zeg, hoor je ’t nu?
Ik verwacht je morgen,
En we zullen saampjes dan
Moedertje verzorgen.
Jij gaat in de kamer staan,
Dan breng ik de drankjes aan.