
Ons kipje legt des morgens een eitje in haar nest.
Moe kookt voor zus dat eitje,
Het smaakt haar opperbest.
Moe kookt voor zus dat eitje,
Het smaakt haar opperbest.
En als ze ’t heeft gegeten dat lekkere verse ei.
Gaat zus naar ’t kippenhokje
En moeder staat erbij.
Gaat zus naar ’t kippenhokje
En moeder staat erbij.
Ze neemt uit moeders voerzak een grote hand vol graan.
En strooit dat in het hokje,
De kip kan eten gaan!
En strooit dat in het hokje,
De kip kan eten gaan!