
Toen ik na een lange reis
van weinig dagen
en vele uren
terugkwam
in mijn geboortestad,
ademde ik,
staande voor het station,
alle jeugdherinneringen
weer binnen.
In de bomen op de groest
vond ik de namen
van mijn vrienden weer.
In de etalages van de
de helverlichte winkelstraat
spiegelde
een lang vergeten verdriet.
Lopend over de brink
begroette de avondlucht
een teruggekeerde zoon.