
Hoog op haar paard gezeten
het ranke lichaam zacht,
welvend gebogen
als bevond zij zich
op deinende golven
Het hemelse zonnestelsel
bespeelde haar met vreugde
kuste haar gouden haren
die haar lieve gezicht omzoomde
De paarden hoeven geluidloos
onder de vluchtende benen
raakte nauwelijks de grond
de vrijheid der natuur
leek hen beide te dragen