
Een predikheer, gewoon de dronkenschap te laaken,
Bestrafte deeze zonde omtrent twee uuren lang.
Het volk dagt dit geteem zal nooit ten einde raaken;
Deez’ droop de kerk uit, en die wachtte na den zang,
Daarna stond ieder op, voor ’t eind der predikaatsje
Hierop keert Dominé het uurglas nog eens om,
En roept: blyft likkebroêrs hoe zyt gy zot of dom?
Neemt afscheid met fatsoen, dit is het laatste glaasje.