
Een muisje zat
voor een muizengat.
En vlak bij het gaatje, daar zat de kat.
Het muizeke likte zijn baardje.
Het poesje kwik te zijn staartje.
Het poesje zei:
“Kom eens dichterbij!
Hoe zacht is dat pootje van mij! Als zij!
Zal ik jouw fluwelige buisje
eens aaien, mijn snoeperig muisje?’
Het muisje riep:
“Sliep uit, sliep sliep!
Dan was het gedaan met mijn piep- piep- piep!
Dag poeslief, je bent er niet achter,
mijn moederken aait me veel zachter!