Karel I brak een been

Karel I, brak zijn been
Karel II, zwom in zee
Karel III, brak zijn knie
Karel IV, dronk vier glaasjes amstelbier
Karel V, sloeg zijn wijf
Karel VI, kurk op de fles
Karel VII, zoentjes geven
Karel VIII, stond op wacht
Karel IX, voeten vegen
Karel X, kon niet zien
Karel XI, liep van Amsterdam naar Delf(t)
Karel XII, sloeg de klok van twaalf
Liedje dat werd gezongen bij het kaatseballen en touwtjespringen. Er hoorden allerlei opdrachten bij elke zin:
één keer op één been springen
twee keer zwembewegingen maken met de handen
drie keer op één been springen en knie vasthouden
vier keer de hand naar de mond brengen
vijf keer sla beweging maken
zes keer doen alsof je een kurk in een fles duwt
zeven keer luchtkusjes geven
acht keer rechterhand naar de slaap brengen
negen keer doen alsof je je voeten veegt
tien keer met de handen voor ogen of met de ogen dicht springen
elf keer heen en weer lopen tussen twee kinderen
twaalf keer doen of je een bel luidt