Waarom is dit soms lastig?
De hoogte van de heffingskortingen hangt af van uw totale inkomen. Ontvangt u zowel AOW als pensioen, dan weet iedere uitkeringsinstantie alleen hoeveel zij zelf uitkeren. Zij weten niet hoeveel inkomen u daarnaast nog ontvangt. Daardoor kan er te weinig belasting worden ingehouden.
Nieuw hulpmiddel van de Belastingdienst
Om mensen hierbij te helpen heeft de Belastingdienst het hulpmiddel ‘Waar pas ik de loonheffingskorting toe met AOW?’ ontwikkeld. Hiermee kunt u controleren:
- of de loonheffingskorting goed is ingesteld;
- op welk inkomen u de korting het beste kunt toepassen;
- of het verstandig is een voorlopige aanslag aan te vragen om verrassingen achteraf te voorkomen.
Voor het invullen heeft u gegevens nodig van uw AOW-uitkering, pensioen en eventuele andere inkomsten. Een jaaropgave of loonstrook is meestal voldoende.
Een veelvoorkomend misverstand
Veel mensen denken dat het uitmaakt of zij de loonheffingskorting op hun AOW of op hun pensioen toepassen. Voor de uiteindelijke belasting die u over het hele jaar betaalt, maakt dat meestal geen verschil. Het bepaalt vooral hoeveel belasting er gedurende het jaar wordt ingehouden en of u later moet bijbetalen of juist geld terugkrijgt.
Ontvangt u AOW én pensioen? Dan kan het verstandig zijn om uw loonheffingskorting nog eens te controleren. Met het nieuwe hulpmiddel van de Belastingdienst kost dat slechts enkele minuten en voorkomt u mogelijk een vervelende verrassing bij uw belastingaangifte.