Duits komt onderweg goed van pas
Van alle Nederlanders zegt iets meer dan de helft voldoende Duits te spreken voor alledaagse situaties op vakantie. Onder zestigers en zeventigers ligt dat percentage dus aanzienlijk hoger.
Dat is handig, want Duitsland en Oostenrijk zijn niet alleen populaire vakantiebestemmingen, maar liggen ook op de route naar bijvoorbeeld Italië, Slovenië en Kroatië. Wie met de auto reist, krijgt onderweg al snel te maken met Duitse tankstations, restaurants, hotels, campings en parkeerautomaten. Een beetje kennis van de taal kan dan behoorlijk praktisch zijn.
Ook Engels gaat de meeste senioren goed af
Engels is de taal waarin Nederlanders zich op vakantie het beste kunnen redden. Meer dan negen op de tien ondervraagden geven aan voldoende Engels te spreken.
Ook veel ouderen kunnen er goed mee uit de voeten. Van de 70-plussers zegt ruim acht op de tien zich in het Engels te kunnen redden. Engels werd pas in 1986 een verplicht vak op de basisschool. De huidige generatie 70-plussers kreeg de taal dus niet vanaf jonge leeftijd standaard op school aangeboden, zoals tegenwoordig het geval is.
Frans, Spaans en Italiaans zijn lastiger
Met andere populaire vakantietalen hebben Nederlanders meer moeite. Een deel kan zich nog redden in het Frans, maar bij Spaans en Italiaans wordt het voor de meeste vakantiegangers lastiger. Dat geldt niet alleen voor senioren, maar voor vrijwel alle leeftijdsgroepen.
Een uitgebreide taalcursus volgen voordat u op vakantie gaat, is natuurlijk niet noodzakelijk. Een aantal handige woorden en zinnen leren kan al veel verschil maken. Denk bijvoorbeeld aan vragen waar het toilet is, hoe u ergens komt, wat iets kost of hoe u in een restaurant iets bestelt.
En lukt het even niet? Met handen en voeten komt u vaak ook een heel eind en tegenwoordig zijn er ook volop vertaalapps. Maar wie nog wat Duits van vroeger paraat heeft, blijkt daar op vakantie dus nog altijd veel plezier van te hebben.