
Zusje, kleine snoesje, duurt je ‘t wachten lang
huil maar niet hoor poesje, dadelijk komt moesje,
wees jij maar niet bang, wees jij maar niet bang.
Ik zal jou wel rijen, langs de rozen rood,
maar je mag niet schreien, want ik ben toch bij je,
en ik ben al groot, en ik ben al groot.