Wereldwonderen



 

Taj Mahal, India
(met dank aan Ilse Steel voor het geleverde materiaal)
(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Meer dan tweehonderd jaar hebben reizigers en dichters lofzangen op de Taj Mahal gehouden, waarvan het silhouet synoniem is voor heel India. De Taj Mahal (Kroon van het paleis) ligt in de Noord-Indiase stad Agra, in de staat Uttar Pradesh aan de oever van de heilige Yamuna rivier.

Ze werkten bijna 20 jaar aan de bouw van De dood van zijn geliefde koningin, Arjumand Bano, later Mumtaz Mahal (Parel van het paleis), gestorven in het kraambed bij de geboorte van haar veertiende kind, in 1631 was voor mogol-vorst Shah Jahan aanleiding de herinnering aan haar te vereeuwigen met een mausoleum van ongekende schoonheid. De Taj Mahal kostte Shah Jahan uiteindelijk niet alleen zijn rijkdom maar ook zijn troon. Wie de architect was staat niet vast maar deze onbekende meester heeft een volmaakt symmetrisch ontwerp van een verfijnde elegantie gecreëerd. Begaafde kunstenaars en 20.000 arbeiders het praalgraf.

Mumtaz Mahal
1593-1661

Toeganspoort naar de Taj Mahal

De Taj Mahal was geïnspireerd op de tuingraven van Khan Khanan en Huyamun in Delhi. De ligging van het mausoleum achter in de tuin accentueert de volmaakte symmetrie van het ontwerp. Ook de enorme toegangspoort, die er tegenover staat, het ruime park en de bijgebouwen zoals: de moskee aan de westkant van de Taj Mahal en zijn spiegelbeeld, de Naqqar Khana (gastenverblijf) aan de oostkant volmaken het harmonisch geheel. Alle gebouwen zijn qua verhoudingen op elkaar afgestemd. Samen met de andere bouwwerken lijkt de Taj Mahal op op een schone prinses omringd door vier hofdames.
De Taj Mahal is 58 meter hoog en 56 meter breed en staat op een groot marmeren platvorm van ca.10.000 m2. Het gebouw bestaat uit wit marmer en heeft vier minaretten op elke hoek die allen ietwat scheef staan. Dit is met opzet zo gebouwd, wanneer er ooit een aardbeving plaatsvindt en de minaretten omvallen, vallen ze niet in de richting van het mausoleum zelf, zodat deze hierdoor onbeschadigd zal blijven.

Onder de koepel in de centrale hal zijn de cenotafen (schijngraven) van Mumtaz Mahal en Shah Jahan die daar later door zijn zoon Aurangzeb werd bijgezet. Een scherm van filigraan, uitgehakt uit een stuk marmer, dient om de ruimte rond de koninklijke tomben af te schermen. De eigenlijke graven in een donkere crypte beneden, zijn gesloten voor publiek. De Taj is op zijn mooist bij de zonsopgang, roodgouden kleuren van de opgaande zon geeft de Taj een mystieke uitstraling. De combinatie van de gebruikte materialen en het lichtinval geven de marmeren muren een gouden, witte of parelmoeren gloed.

Aan het einde van de 19e eeuw raakten delen van de Taj Mahal in verval. Tijdens de Indische opstanden van 1857 kapten Britse soldaten en leden van de regering stenen uit de muren van de Taj Mahal. Eind 19e eeuw gaf de Britse politicus en onderkoning van India, Lord George Curzon, het bevel tot restauratie. In 1908 zag de Taj Mahal er weer uit zoals weleer. Daarnaast bestelde Lord Curzon de grote lamp, die gemodelleerd was naar een lamp in de moskee van Caïro. Ook de tuin kreeg in die periode zijn huidige vorm.

De cenotafen van Mumtaz Mahal en Shah Jahan

Om het gebouw te beschermen werden er zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als tijdens de Indiaas-Pakistaanse conflicten, eind jaren zestig, stellingen rond de Taj Mahal opgetrokken. Tegenwoordig vormen zure regen en de vervuiling de grootste bedreiging voor de Taj Mahal.

Wilde de Shah Jahan ook in de Taj Mahal, naast zijn geliefde begraven worden? Geen enkele hofkroniekschrijver en geen enkele Indiase of Europese waarnemer maakt vóór de feitelijke begrafenis van Shah Jahan melding van de Taj Mahal als iets anders dan het graf van Mumtaz Mahal. De naam van het grafmonument is, ‘Taj Mahal’ die – daar is iedereen het vrijwel over eens, een verkorte vorm van de naam Mumtaz Mahal is, was allang voor de dood van Shah Jahan algemeen in gebruik en duidt erop dat het graf werd beschouwd als het hare, en van haar alleen, nu en in de toekomst.
Het graf van Mumtaz neemt de voornaamste positie in, want het bevind zich precies op een lijn met de centrale as van het hele complex. Als Shah Jahan de bedoeling had om begraven te worden in de Taj Mahal zou hij dan de centrale positie niet voor zichzelf hebben gereserveerd? Het lijkt erop dat de cenotaaf van Shah Jahan zowel in het hoofdvertrek van het mausoleum als in de crypte erin is gepropt.
In de crypte is bijna geen weinig ruimte tussen het graf van Shah Jahan en de wand, terwijl de afstand tussen het graf van Mumtaz en de muur ertegenover tweeënhalve meter is. Dit zijn twee details, [er zijn er nog meer]. De positie van het graf van Shah Jahan is het enige asymmetrische element in het hele complex. Het is redelijk om aan te nemen dag Shah Jahan niet van plan was om zich in de Taj Mahal te laten begraven. Waar dan wel?

Een mythe?

De keizer zou van plan zijn geweest om tegenover het witte mausoleum een exacte kopie te laten bouwen als laatste rustplaats voor zichzelf, maar dan van zwart marmer. De bouw was gevorderd tot aan de fundamenten toen de keizer werd afgezet door zijn zoon, Aurangzeb, en niet de macht meer had om zijn plannen door te zetten. Hoewel de romantiek van een zwarte Taj een ieder met een romantisch hart zal aanspreken hebben archeologen hebben geen fundamenten gevonden van een dergelijk gebouw.
Hoewel dit verhaal niet helemaal zeker is, doet een blik over de Yamuna vanaf de Taj Mahal wel geloven dat het waar zou kunnen zijn, er is plaats genoeg.

De stad Agra

Al rond het begin van de jaartelling werd er over Agra gesproken. De stad heette toen Agrabana wat paradijs betekent in het Sanskriet. Er is weinig concreets bekend over deze vroege geschiedenis. De geschreven geschiedenis van Agra begint pas echt als de Sultan van Delhi, Sikander Lodhi, zijn hoofdstad hier vestigt in 1501. In 1526 valt de stad, dan Akbarabad genoemd, in handen van Mogol Babur. Hij was de eerste van een reeks Mogol-keizers die in dit gebied aan de macht kwamen. Mogol Shah Jahan verplaatste tijdens zijn regeerperiode van 1628 tot 1658 de hoofdstad van zijn Mogol imperium naar Delhi.
De beroemdste Mughal bouwwerken werden gebouwd door keizer Shah Jahan. Tussen 1628 en 1658 bouwde hij behalve de Jama Masjid moskee in Delhi, diverse bouwwerken binnen het Agra Fort. Zijn macht eindigt als hij door zijn eerzuchtige zoon Aurangzeb van de troon gezet wordt en gevangen genomen wordt in het Agra fort in een cel met uitzicht op de Taj Mahal waar zijn geliefde echtgenote begraven lag. Na zijn dood in 1666 is hij naast haar in het witte praalgraf te rusten gelegd. Aurangzeb verplaatst dan de hoofdstad terug naar Akbarabad. Akbarabad blijft de hoofdstad van India tot aan de val van het Mogol imperium in 1653. Hierna komt de stad onder macht van de Maharatten en de Jats en verandert ook de naam in Agra. Uiteindelijk wordt de stad in 1803 veroverd door de Britten.

Jama Masjid moskee in Delhi

Ibrahim Lodi
Regeerperiode 1517-1526

De Mogol-dynastie

De Indiase Mogol-geschiedenis begint met de Centraal-Aziatische veldheer Babur (1483 – 1530). In 1526 viel hij samen met zijn zoon Humayun Hindustan binnen. Hij stootte in Delhi de Afghaanse sultan van de Lodi clan van zijn troon en zetelde er de moslimse Mogol-dynastie. Het Mogolrijk op zijn hoogtepunt strekte zich uit van Kandahar in het noordwesten tot Bengalen in het oosten, en van Kasjmir tot de DeKan in het zuiden. De Mogols steunden de literatuur, architectuur, kunst en kunstnijverheid die onder hun heerschappij nieuwe hoogten bereikte. Ze stichtten een veelzijdige cultuur, die het beste van de moslim – en hindoe-tradities verenigde. De Mogol-keizers, die Agra en later Delhi als hoofdstad hadden, benadrukten hun superioriteit met luisterrijke hofrituelen en optochten, terwijl ze zich lieten informeren over staatszaken.

Hoewel lokale machthebbers flink van zich konden afbijten, waren de Mogolvorsten gedurende hun heerschappij oppermachtig. In het bijzonder keizer Akbar (1556–1605) was een doortastende heerser. Door een sterk militair apparaat en uitgekiende diplomatieke tactieken zette Akbar de dynastie stevig in het zadel. Omdat Rajputana deel uitmaakte van een essentiële doorvoerroute – namelijk de route tussen de keizerlijke hoofdsteden Delhi en Agra en belangrijke handelsposten aan de kust van Gujarat – was het de Mogolvorsten er veel aan gelegen om de relatie met de Rajputvorsten vriendschappelijk te houden. Zolang de Rajputhvorsten, aan speciale belastingophalers grondbelasting afdroegen, hoefden ze niet bang te zijn dat de moslimvorst aan hun machtspositie tornde.
Integendeel, loyale heersers kregen eervolle, invloedrijke posities in het leger en aan het hof. Een rangenstelsel en promotiesysteem stimuleerden toewijding. De Rajputvorsten waren trouwe bondgenoten. Van 1626 tot de dood van Aurangzeb in 1707 bloeide het Mogol-rijk, daarna raakte de dynastie in verval onder zwakke heersers en eindigde in 1857. Het Mogol-rijk ontwikkelde zich in de 17de eeuw tot de rijkste economische natie van de toenmalige wereld. Bovendien waren de Mogol-vorsten er dankzij de spirituele bhakti-en soefi-bewegingen in geslaagd om twee totaal verschillende religies in vrede met elkaar te laten leven.

De eerste zes grote Mogols

Babur werd geboren als zoon van Umar Sheykh Mirza, koning van Fergana in Centraal Azië, en Qutlugh Nigar Khanum en werd Zahīr-ud-dīn Mohammed genoemd. Hij was de stichter van het Islamitische Mogolrijk. Hij regeerde van 1526 tot 1530. Babur was een afstammeling van de grote veroveraars Timur Lenk en Djzengis Khan. Hij begon zijn carrière als militair avonturier in Centraal Azië. In 1504 nam Babur, pas eenentwintig jaar oud, Kabul in bezit. Het zou de rest van zijn leven zijn machtszetel en spirituele thuisbasis blijven.
In 1508 eiste Babur het oppergezag op over de Timoeriden, Chagatai Turken en Mongolen in Centraal-Azië en nam de titel padishah (‘grote koning’) aan. Dit bleef de officiële titel van de grootmogols van het door Babur gestichte Mogolrijk. In 1526 versloeg hij, in de slag bij Panipat, de sultan van Delhi, (Ibrahim Lodi). Nadat Babur zich in Delhi tot vorst had laten uitroepen, rukte hij langs de oevers van Yumana op naar Agra. [1]
Daar bood zijn zoon Humayan hem een enorme diamant aan, die hij gekregen had van de Rajpoetse koninklijke familie van Gwalior, uit dankbaarheid voor het feit dat hij hun bescherming had geboden nadat hun vorst was gesneuveld toen deze bij Panipat voor Ibrahim vocht. Het was de beroemde Koh-I-Noor (de berg van licht) diamant die nog verscheidene malen in de geschiedenis van de Mogols zou opduiken. Deze diamant zou later op de Pauwentroon van Baburs achterachterkleinzoon Shah Jahan prijken.

Babur
1843-1530

Een jaar later versloeg Babur bij Khanua de hindoeïstische Rajpoets. Met deze overwinnigen legde Babur de basis voor het Mogolrijk. Behalve een succesvol generaal was Babur ook begunstiger van kunst, natuurliefhebber en een begaafd dichter en dagboekschrijver. Babur overleed in 1530 op de leeftijd van 48 jaren en werd begraven in zijn nieuwe tuin, tegenover de toekomstige locatie van de Taj Mahal. In 1540 werd Babur herbegraven in zijn favoriete tuin in Kabul, de Bagh-e Babur. Op zijn verzoek en in overeenstemming met de islamitische traditie die wil dat graven in de open lucht liggen, werd er geen bouwwerk boven zijn marmeren cenotaaf opgericht. Dit is nog steeds zijn laatste rustplaats. Zijn in Chagatai Turks geschreven memoires, de Baburnama, geven een unieke inkijk in zijn leven en ideeënwereld.

[1 Er bestaan verschillende versies hoe Babur de Koh-I-Noor diamant verkregen heeft. Mijn bron: Diana & Michael Preston – De Taj Mahal 2007]

Nasiruddin Muhammad Humayun regeerde van 1530 tot1540 en van 1555 tot1556.
Humayun was de zoon en opvolger van Babur en Ma’suma Sultan Begim. Onder zijn vader speelde hij als legeraanvoerder een rol in de verovering van diens rijk. Zijn aangeboren lethargie werd vele malen versterkt door wat een kroniekschrijver zijn ‘buitensporige’ gebruik van opium noemde, die hij gemengd met rozenwater innam. Als gevolg daar van verspeelde Humayan Hindoestan en werd in 1540 (de slag bij Kannauj) verdreven door de vastberaden en geraffineerde Afghaanse leider Sher Sha, (gouverneur van Bihar).
Na een dwaaltocht door Punjab, Sindh, Baluchistan en tenslotte Afghanistan kwam Humayun aan in Perzië, waar hij als banneling aan het hof van Shah Tahmasp 1 leefde. Dankzij de steun van de Sjah wist hij zijn opstandige broers te verslaan en uiteindelijk, opmerkelijk genoeg, na 15 jaar ballingschap zijn voormalige rijk te heroveren op de Suridynastie (opvolgers van Sher Shah). Na zijn dood liet Humayun een veel groter rijk na aan zijn zoon Akbar, dan hij ooit van zijn eigen vader geërfd had. De belangrijkste bron van informatie over het karakter van Humayun is de door zijn zuster Gulbadan Begum geschreven biografie, de Humayunnama. Humayun had een buitengewoon vergevingsgezind karakter. Zelfs wanneer men hem bewust probeerde uit te provoceren bleef hij kalm.

Humayun
1507(8) -1556

Hoewel niet zo’n begenadigd schrijver en dichter als zijn vader, zijn ook van Humayuns hand gedichten bewaard gebleven, geschreven in het Perzisch. Hij was ook een groot verzamelaar van boeken, bestudeerde wiskunde en astrologie, vooral de sterrenwichelarij nam hij serieus want hij was zelf, naar de maatstaven van zijn tijd, een zeer bijgelovig man. Hoewel hij een zeer intelligent en geletterd heerser was, en bovendien net als zijn vader een briljant strateeg, was hij meer geneigd zich door persoonlijk gemak of plezier te laten leiden. Op 27 januari 1556 stierf hij na een val van een trap in het Sher Mandal, ironisch genoeg een gebouw dat zijn vijand Sher Shah in het Qila Purana, het fort van Delhi, had laten bouwen. Humayun’s Tombe is in het midden van de 16de eeuw gebouwd door Hajie Begum, de vrouw van Humayun.

Akbár
1542-1605

Jalaluddin Muhammad Akbár 1542-1605, zoon van Humayun en Hamida Banu Begum was een verlicht heerser. Als veertienjarige besteeg Akbar in 1556 de troon en regeerde tot 1605, maar tot 1560 trad Humayuns generaal Bairam Khan op als regent. In 1560 nam Akbar bij proclamatie de werkelijke macht over. Hij was de derde keizer in de Mogol-dynastie en was degene die de grondslag legde voor de Mogol-cultuur. Akbar was islamiet, maar was tolerant tegenover andere godsdiensten. Akbar verzamelde negen briljante mannen aan zijn hof, die hij zijn ‘negen juwelen’ noemden.
Ook hield hij veel van kunst en kunstnijverheid. Hij richtte verschillende ateliers op en besteedde grote aandacht aan de opbouw van een bibliotheek. Hij liet teksten schrijven, illustreren en inbinden. Rond 1600 bevatte de bibliotheek zo’n 24.000 boeken. Akbar besloot in 1571 de stad Sikri bouwen, ter ere van de vermaarde soefiheilige van de Chishti-orde, Salim Chishti. Over de historie doet een verhaal de ronde. Akbar had toen hij halverwege de twintig was, ondanks zijn vele vrouwen, nog steeds geen levende erfgenaam en begon heilige mannen te raadplegen. Toen hij hoorde dat er in de kale bergen boven het dorp Sikri de soefi of moslimmysticus, sjeik Salim Chishti woonde zou Akbar hem hebben opgezocht. De sjeik troostte Akbar met de voorspelling dat hij drie zonen zou krijgen.

In 1569 werd Salim (de latere mogol Jahangir) geboren. Binnen drie jaar volgde er nog twee zonen. Later zou hij de naam ‘Sikri’ verfraaien met het het voorvoegsel ‘Fatehpur’ (stad van de overwinning) ter herinnering aan het succes van zijn militaire campagnes in Gujarat. Het was veertien jaar lang de hoofdstad van het Mogol-rijk en is een goed voorbeeld van een ommuurde Mogolstad met duidelijk omschreven openbare en privéruimten, waaronder een reusachtige harem, beschermd door een wachthuis en dikke met ijzer beslagen poorten. De stad is opgetrokken uit zandsteen en heeft de vorm van een enorme vierhoek, is aan drie zijden versterkt en wordt aan de vierde zijde beschermd door een heuvel met een scherpe kam. De stad telde negen indrukwekkende poorten.
De architectuur, een mengeling van hindoe en moslimstijlen, weerspiegelt Akbar’s seculiere visie en regeerstijl. Nu is de stad deels tot en ruïne vervallen. Akbars macht en rijkdom kwam tot uiting in de enorme legers die hij op de been bracht en in de schatkamers die uitpuilden van glinsterende diamanten, smaragden, robijnen en parels waar de Mogols een grote hartstocht voor koesterden.
Akbar overleed op 15 oktober 1605. Bij zonsondergang werd zijn lijk op een baar naar Sikandra gedragen, naar een mausoleum waaraan hij zelf was begonnen, maar dat nog niet was voltooid. Na zijn dood bouwde zijn zoon Jahangir het mausoleum verder af. Van alle nakomelingen van Timur Lenk had Akbar zich de bekwaamste en meest begaafde betoond, die zijn naam Akbar ‘de Grote’, werkelijk waardig was.

Nuruddin Salim Jahangir, de naam Jahangir komt uit het Perzisch en betekent “heerser over de wereld”. De naam Nuruddin betekent “licht van het geloof”. Hij was de derde zoon van zijn vader, Akbar de Grote en een Rajputprinses uit de staat Amber. Voor zijn troonsbestijging in 1605 was hij bekend als prins Muhammad Salim of kortweg prins Salim. Jahangir regeerde van 1605 tot 1627 over het Mogolrijk. Jahangir begon zijn bewind met enkele maatregelen die hem populair maakten. Zo beloofde hij de islam weer te beschermen.
Hoewel het daardoor aanvankelijk leek alsof de relatieve godsdienstvrijheid die heerste onder het regime van zijn vader Akbar voorbij was, viel het in de praktijk mee, vooral omdat Jahangir later meer ruimte bood aan de aanhangers van andere religies. Verder schonk hij zijn tegenstanders amnestie en voerde de “ketting van het recht” in. Iedereen die een beroep op de keizer wilde doen, kon aan die ketting trekken om bij de keizer op audiëntie te mogen komen en zijn zaak bij de keizer te bepleiten. Jahangir was een zeer complexe persoonlijkheid.

Jahangir
1569-1627

Hij was weinig geïnteresseerd in politiek en financiële zaken, maar kon meedogenloos en wreed optreden om zijn machtspositie veilig te stellen.Jahangir was verslaafd aan alcohol en opium, waardoor hij met langdurige periodes van indolentie en ziekte te kampen had. In zijn latere jaren werd hij steeds makkelijker te beïnvloeden door anderen. Vooral zijn vrouw Nur Jahan kreeg grote invloed op hem, en hij liet de staatszaken voor een groot deel aan haar over en wijdde zich aan kunst, literatuur en wetenschappen. Hij schreef ook zelf, onder meer een autobiografie met de titel Tuzk-e-Jahangiri. Zijn paleizen hingen vol met schilderijen.
Ondanks zijn moeilijkheden in de latere jaren was Jahangirs regeerperiode niet helemaal zonder succes geweest. Hij had weliswaar het grondgebied van de Mogols niet echt uitgebreid en Kandahar aan de Perzen verspeeld, maar hij had wel de ambities van de weerspannige vorsten in Dekan een halt toe geroepen en in Rajasthan de verzetshaarden uitgeschakeld. Hierdoor liet Jahan, na zijn dood, een betrekkelijk stabiel rijk achter.

Nur Jahan
1577-1645

De in Perzië geboren (Mihr-al-Nisa), Nur Jahan was een combinatie van intelligentie en schoonheid, maar was ook heerszuchtig. Zij had de macht achter de schermen en werd een van de invloedrijkste vrouwen uit die tijd. Ze was de dochter van de eerste minister Mirzah Ghiyas (onder Mogol Jahangir) en een nicht van Mumtaz Mahal. Aanvankelijk was Mihr-al-Nisa getrouwd met een eveneens uit Perzië afkomstige man, Ali Quli Istajlu. Deze droeg de titel Sher Afghan Khan. Het stel kreeg in 1594 een dochter, eveneens Mihr-al-Nisa genaamd. Sher Afghan Khan was in 1607 echter betrokken bij een rebellie tegen de nieuwe Mogolheerser Jahangir en werd in Bengalen gedood.
Mihr-al-Nisa en haar dochter werden opgenomen in de keizerlijke harem. Jahangir ontmoette Mihr-al-Nisa in 1611 en viel onmiddellijk voor haar. Binnen twee maanden waren ze getrouwd. De 34-jarige bruid kreeg aanvankelijk de titel Nur Mahal (‘Licht van het Paleis’), maar later werd dit opgewaardeerd tot Nur Jahan (‘Licht van de Wereld’). Nur Jahan was Jahangirs twintigste echtgenote, maar als zijn favoriete vrouw domineerde ze al snel het hof. Met instemming van Jahangir trok Nur Jahan de regeringszaken naar zich toe. Ze ondertekende mede de decreten van de regering en haar naam verscheen op nieuw geslagen munten. Nur Jahan was net haar echtgenoot kunstzinnig en creatief.

Ze ontwierp tapijten en weefsels in kant en brokaat, schreef gedichten en introduceerde nieuwe gerechten en parfums aan het hof. Ze bevorderde de Mogolarchitectuur met het bouwen van karavanserais en tuinen. Haar grootste prestatie was echter de tombe van Itimad ud-Daulah die ze in de jaren 1620 liet bouwen voor haar in 1621 overleden vader Mirza Ghiyath Beg. De wit marmeren, rijk gedecoreerde graftombe bevindt zich binnen een ommuurde tuin aan de oever van de Yamuna in Agra. Eenzelfde ontwerp ligt ten grondslag aan de later gebouwde Taj Mahal. Nur Jahan overleed in 1645 op 68-jarige leeftijd en ligt begraven in de door haar zelf ontworpen tombe Shahdara Bagh in Lahore.
Ondanks zijn moeilijkheden in de latere jaren was Jahangirs regeerperiode niet helemaal zonder succes geweest. Hij had weliswaar het grondgebied van de Mogols niet echt uitgebreid en Kandahar aan de Perzen verspeeld, maar hij had wel de ambities van de weerspannige vorsten in Dekan een halt toe geroepen en in Rajasthan de verzetshaarden uitgeschakeld. Hierdoor liet Jahan, na zijn dood, een betrekkelijk stabiel rijk achter.

Shahbuddin Muhammad Shah Jahan was de zoon van Jahangir en en de hindoeïstische Rajputprinses Jodha Bai, en werd eerst prins Khurram genoemd. Shah Jahan regeerde van 1628 tot 1658 over het Mogolrijk. Hij is vooral bekend als de bouwer van de Taj Mahal in Agra, het grafmonument voor zijn vrouw Mumtaz Mahal. Hij kwam in 1622 in opstand tegen zijn vader, maar dit werd hem vergeven. Wel hield zijn vader daarna twee van Shah Jahans zoons in gijzeling om zijn zoon in toom te houden.
In 1627, na de dood van Jahangir, werd Shah Jahan keizer na een jaar van strijd met zijn broer Sharyar om de troon en ruimde op zekere dag zijn rivaliserende familieleden uit de weg met een meedogenloosheid die door geen van zijn voorgangers was vertoond. Shah Jahan had een heel ander karakter dan zijn vader. Hoewel beiden sensueel van aard waren, gevoelig voor schoonheid en gesteld op luxe, was Shah Jahan energieker en meer gedisciplineerd.

Shah Jahan
1592-1666

Shah Jahan & Mumtaz Mahal

In de eerste jaren van zijn regering stond Shah Jahan onder invloed van streng islamitische theologen, en verbood het bouwen van kerken en hindoetempels. Later werd hij dankzij de invloed van zijn zoon Dara Shikoh veel gematigder en stond hij vrijheid van godsdienst toe. Shah Jahan vroeg zijn vrouw Mumtaz om advies in belangrijke kwesties. Ze had ongetwijfeld invloed maar ging heel anders te werk dan Nur Jahan. Haar zachte tactvolle benadering maakte deel uit van haar persoonlijkheid en kwam voort uit de aard van haar relatie met Shah Jahan die ze al kende en beminde sinds zij beide tieners waren.
Shah Jahan breidde het leger uit om een moslimopstand in Ahmadnagar neer te slaan en ook veroverde hij gebied op de Rajputs. Shah Jahan was vooral geïnteresseerd in architectuur. De Mogolkeizers moesten altijd aanwezig zijn, daarom waren er altijd verschillende hoofdsteden tegelijk. Shah Jahan besloot Delhi zo mooi mogelijk uit te breiden. In 1639 liet hij de stad Shahjahanabad bouwen, die ten westen ligt van het Rode Fort, en was omringd door een stevige verdedigingsmuur waarvan nu nog slechts kleine delen bestaan. Shah Jahan verplaatste tijdens zijn regeren de hoofdstad van zijn Mogolimperium naar Delhi. Deze stad was op kleine schaal de belichaming van de grandeur van het Mogolrijk. Shah Jahan liet magnifieke kunst en architectuur na.

Aboe Moezaffar Moḥī-oed-Dīn Mohammed Ālamgīr was de zoon van Shah Jahan en Mumtaz Mahal. Deze laatste grote Mogol kwam aan de macht in 1658 nadat hij zijn vader Shah Jahan gevangen had gezet en zijn broers had vermoord. Aurangzeb hield er een sobere, bijna ascetische levensstijl op na. Door zijn onverdraagzaamheid vervreemde hij van zijn onderdanen. Hij draaide de tolerante religieuze politiek van zijn voorgangers terug en vervreemdde daarmee de hindoeïstische meerderheid van zijn onderdanen, niet in het minst de machtige Rajputs.
Niet-moslims kregen opnieuw te maken met speciale belastingen en het bouwen van nieuwe gebedshuizen werd hen verboden. Aurangzebs pogingen zijn rijk naar het zuiden uit te breiden stuitten op fel verzet van de Maratha’s onder leiding van Shivaji en diens opvolgers. Aurangzeb trok in 1682 aan het hoofd van een gigantisch leger de Deccan in om het gebied te onderwerpen. Hoewel de sultanaten van Bijapur en Golconda werden veroverd lukte het niet de Maratha’s te bedwingen. In 1707 overleed Aurangzeb op 89-jarige leeftijd, na 25 jaar continu op oorlogscampagne te zijn geweest. Zijn campagnes hadden de moraal van het leger geen goed gedaan en de schatkist uitgeput. Na een strijd om de opvolging werd hij uiteindelijk opgevolgd door zijn zoon Bahadur Shah I. In de decennia na Aurangzebs dood viel het Mogolrijk in snel tempo uit elkaar.

Aurangzeb
1618-1707

Het Agra Fort
Het indrukwekkende Agra Fort is gelegen op het uiterste noordwestelijke punt van de Shah Jahan tuinen, dat een onderdeel is van de Taj Mahal. Hierdoor vormen Agra Fort en de Taj Mahal een architecturale eenheid. Hier ontwikkelde zich vanaf 1565 onder Akbar het bouwconcept van de Mogols. Op de westoever van Yamuna werd tussen 1565 en 1573 in opdracht van keizer Akbar een fort gebouwd.

Langs de rivier vormen massieve vestigingswallen van rode zandsteen een halve maan en omsluiten een enorm complex van gebouwen die in stijl uiteen lopen, de decoraties bestaan vooral uit kalligrafie die in de steen gekerfd is. Een diepe slotgracht, vroeger met water van de Yamuna gevuld, omringt het fort. Er zijn twee ingangspoorten, namelijk de Delhi Gate en in het zuiden de indrukwekkende Amar Singh Gate. Hoewel de Delhi Gate de grootste en meest imposante van de twee is, kan men Agra Fort enkel via de Amar Singh Gate betreden. De meeste van de onder keizer Akbar tot stand gekomen paleizen en gebouwen binnen het fort zijn verwoest en door stralend witte bouwwerken van zijn kleinzoon Shah Jahan vervangen. Het paleis: Jehangir Mahal, met zijn versierde hekwerk en reliëfs, is het enige gebouw uit de tijd van Akbar, dat bewaard is gebleven.

Het Rode Fort
Het Rode Fort van Delhi is niet zo mooi als het Rode Fort van Agra, maar het is zeker een indrukwekkend bouwwerk. Kantelen van rood zandsteen geven de keizerlijke citadel de naam Lal Qila (rood fort). In opdracht van Shah Jahan werd in 1639, in het uiterste oosten van de ommuurde stad Shahanabad, met de bouw begonnen. Na negen jaar (1648) was het fort met de zes poorten gereed. Men betreedt het fort door de indrukwekkende toegangspoort: de Lahore Gate.
Het complex bestaat uit verschillende onderdelen. Diwan-i-Am is de plaats waar de koninklijke troon gevestigd was; hier werden de formele ontmoetingen met de koning gehouden. Men kan er een prachtig gedecoreerde muur zien, met muurschilderingen die vermoedelijk door een Italiaanse kunstenaar werden gemaakt. Diwan-i-Khas is bekend voor de sculpturen in steen met bloemmotieven en de marmeren afwerking. Moti Masjid wordt vaak de Pearl Mosque genoemd; geheel opgetrokken uit marmer, en in 1659 toegevoegd aan het Rode Fort. De architectuur van het Rode Fort bevat Indiase, Perzische en Europese elementen, waardoor het resultaat een unieke stijl is, die te zien is in de vele decoraties. Elke avond wordt een lichtspektakel georganiseerd. Deze duurt iets meer dan een uur en verhaalt van de belangrijkste gebeurtenissen en personen in de geschiedenis van Delhi. Het fort was tot 1857, toen de laatste Mogolkeizer Bahadur Ahah Zafar, werd onttroond en verbannen, zetel van de Mogolmacht. Het Rode Fort is nog altijd een krachtig symbool van het Indiase bewustzijn. Hier werd voor het eerst de nationale vlag gehesen, toen India op 15 augustus 1947 onafhankelijk werd.

Ilse Steel

Bronnen:
Reisgidsen:
India Noord – Spectrum
Capitool – India Van Remst
Columbus magazine

Andere bronnen:
Diane & Michael Preston, De Taj Mahal (een aanrader!)
Waldemar Hansen, The Peacock Throne: The Drama of Mogul India, Trowbridge: Weidenfeld & Nicholson 1972.
Volkenkundig museum Leiden
India travelblog
Wikipedia

 

Fotogalerij Taj Mahal, India

Taj Mahal
tekening van Thunot Duvetenay
19de eeuw

Taj Mahal

Mumtaz Mahal door Fanshama

Shah Jahan door Rembrandt van Rijn
(foto Frick Collection)

Akbar & Jodha Bai moeder van Shah Jahan
Schilderij van M. Raza Ali

Akbar overhandigd de keizerskroon aan Shah Jahan

Taj Mahal Koepel

Taj Mahal bloempatroon boven de ingang

Taj Mahal interieur

Taj Mahal Kalligrafie

Marmeren scherm graf Mumtaz Mahal

Marmeren scherm graf Mumtaz Mahal

Taj Mahal Minaret detail

De tuinen bij de Taj Mahal

 

Graven van deze zes voornaamste mogols

Het gerenoveerde graf van Babur
in Bagh-e Barbur Kabul Afghanistan

Het graf van Humayun in Delhi
Gebouwd in 1570

Interieur graf Akbar

Interieur graf Akbar

Het graf van Jahangir in Lahore Pakistan

Het graf van Nur Jahan in Lahore Pakistan
(Foto: Cordanrad)

Cenotaaf van Shah Jahan & Mumtaz Mahal

Het graf van Aurangzeb Khuldabad

 

Fort Agra

Agra Fort circa 1880
print by G.W. Lawrie

Agra Fort ca 1900

Agra Fort buitenmuur

Agra Fort binnen

Agra Fort Jahangir Mahal zijkant

Agra Fort Symmetrische tuinen

Agra Fort Moti Masjid ook wel Parelmoskee
gebouwd door Shah Jahan genoemd
foto ca 1900

Agra Fort Gouden Paviljoen

Agra Fort Musamman Burj,
hier werd Shah Jahan door zijn zoon Aurangzeb gevangen gehouden

Shah Jahans zicht op de Taj Mahal
vanuit zijn gevangenis

 

Het Rode Fort in Delhi

Het Rode Fort aan de zijde van de Delhi poort
ca 1900

Het Rode Fort de Khas Mahal
ca 1900

Moto Masjid gebouwd door Shah Jahan in 1659
Privé moskee van zijn zoon Aurangzeb

Rang Mahal vrouwenvertrekken
bekend om zijn prachtige decoraties en zwembad

Binnen paviljoen door deze kanalen stroomde vroeger water

Pauwentroon van Shah Jahan

 

Fataphur Sikri gebouwd door Akbar

Fataphur Sikri

Diwan-i-Kask hier verleende Akbar audientie

Paleis van Jodha Bai de moeder van Shah Jahan

Graf van sheik Salim Chisti

Ilse Steel

Naar volgend wereldwonder Machu Picchu, Peru

Terug naar vorig wereldwonder Christusbeeld Brazilie

Terug naar beginpagina wereldwonderen

 

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten