
Neen, ’t was geen vlucht, die U deed gaan,
maar volgen, waar God riep.
‘k Vraag niet, wat in U is doorstaan,
een strijd, hoe zwaar, hoe diep.
Wij knielen naast en met U neer
tot God de blik, de hand:
geef Neerland aan Oranje weer,
Oranje aan Nederland.
En kome dan, wat komen mag,
W’ aanbidden, zwijgen stil
De nacht zij zwart, omfloerst de dag,
Geschiede, Heer, Uw wil.
Dit gedicht stond op een van de strooibiljetten die door Engelse vliegtuigen boven Nederland werden afgeworpen tijdens de oorlog. De tekst geeft aan waarom Koningin Wilhelmina naar Engeland ging in 1940.