
‘Juffrouw zie mijn waar eens na.
Zeg wat moet er wezen?
Wort’len, bloemkool, uien, sla,
Alles uit gelezen!
Twee bos wort’len, dat is goed,
Frisch van kleur en suikerzoet.
Juffrouw, o wat zullen,
Straks Uw kind’ren smullen!’
‘Zie die mooie peulen daar,
Wil u die niet koopen?
Blijft de kar zoo vol en zwaar,
Dan wil grauw niet loopen.’
‘Jaapje, neen, vandaag niet meer,
Morgen kom je wel eens weer?’
”k Zal het niet vergeten,
Juffrouw, smaak’lijk eten!’