
In de winkel van de bakker
groenteboer of ’t postkantoor,
iedereen dringt bij me voor,
ach en wee, ik arme stakker.
Onlangs toen mijn vliegtuig crashte,
ambulances af en aan,
mijn brancard lieten ze staan,
doodgewoon om me te pesten.
Door dat wachten en gezemel
drong IK eindelijk eens voor
en dat hadden ze niet door:
‘k Kwam als eerste in de hemel.