
Op t grommend veld
van grauwe akkers
met kraaien die
zwarte gebeden krijsen
lig ik
lig ik
verborgen onder
duistere grond
mijn wond
door ronnend bloed
gebarsten
huilt om de liefde.
Verloren
lig ik
door de dood te grazen
genomen
in deze zwarte nacht
geen licht
bracht
licht
in deze dagen
geen vragen antwoord.
Mijn lach
een vage
hopeloze herinnering.
En nacht
verving
’t licht
zonder gezicht
waart de dood
hier rond.
Misschien is ’t raar
om dit te lezen
zelf wou ik
nergens anders wezen
Vervreemd van
leven
dood te zijn
om zo
de dood
te overwinnen
en verder
verder
schiet mij nog
te binnen
om levend
weer
bij jou te zijn
maar dat
tot groot verdriet
wist ik toen
niet.