
Wie ’t dag werk hem gegeven
Met vlijt volbracht
Legt vreedzaam zich ter rusten
en sluimert zacht
Wat lust hem op zijn schreden
ook wank’len die
de dank bezielt zijn woorden
in d’ avond beê
Dank liefd’rijk hemelvader
die sterkte gaf
Zoo smaakt hij nieuwen zegen
vol eerbied af
welrustig ’t pogen schagen
van’t weiflend hart
En moed en kracht mij schenken
bij vreugd en smart.
Naar ’t mijden van gebreken
heb ik gestreefd
Tot U wendt zich mijn harte
Die gaarn vergeeft
‘k ga slapen op mijn sponde
en sluimer zacht.
Daar ‘k biddend van Uw hoede
den zegen wacht.